Artikel III.2, WER
Art. III.2. [1 Indien voor de toegang tot en de uitoefening van een dienstenactiviteit een vergunning vereist is, moet deze vergunning aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° het vergunningstelsel heeft geen discriminerende werking jegens de betrokken dienstverrichter;
2° de behoefte aan een vergunningstelsel is gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang;
3° het nagestreefde doel kan niet door een minder beperkende maatregel worden bereikt, met name omdat een controle achteraf te laat zou komen om werkelijk doeltreffend te zijn.
Het eerste lid is niet van toepassing op vergunningstelsels die rechtstreeks of onrechtstreeks door het gemeenschapsrecht zijn geregeld, onder anderen, de vergunningstelsels die de toegang tot of de uitoefening van een gereglementeerd beroep afhankelijk stellen van het bezit van bepaalde professionele kwalificaties en specifieke bepalingen die vereisen dat een bepaalde activiteit wordt voorbehouden aan een bepaald beroep.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
1° het vergunningstelsel heeft geen discriminerende werking jegens de betrokken dienstverrichter;
2° de behoefte aan een vergunningstelsel is gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang;
3° het nagestreefde doel kan niet door een minder beperkende maatregel worden bereikt, met name omdat een controle achteraf te laat zou komen om werkelijk doeltreffend te zijn.
Het eerste lid is niet van toepassing op vergunningstelsels die rechtstreeks of onrechtstreeks door het gemeenschapsrecht zijn geregeld, onder anderen, de vergunningstelsels die de toegang tot of de uitoefening van een gereglementeerd beroep afhankelijk stellen van het bezit van bepaalde professionele kwalificaties en specifieke bepalingen die vereisen dat een bepaalde activiteit wordt voorbehouden aan een bepaald beroep.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
Bron: Justel
