Artikel XI.23, WER

Art. XI.23.[1 § 1. De octrooiaanvraag kan worden gewijzigd tijdens de procedure voor de Dienst of voor de rechtbanken in overeenstemming met de wet en de uitvoeringsbesluiten.
  § 2. De octrooiaanvraag wordt gevolgd door het opstellen van een verslag van nieuwheidsonderzoek aangaande de uitvinding.
  Het wordt, bij wijze van voorlichting van de aanvrager, vergezeld van een schriftelijke opinie over de octrooieerbaarheid van de uitvinding aan de hand van de vermelde documenten. Deze opinie is voor derden toegankelijk in het dossier van het verleende octrooi.
  § 3. Het verslag van nieuwheidsonderzoek en de schriftelijke opinie worden opgemaakt door een door de Koning aangewezen intergouvernementele instelling.
  Dit verslag en deze schriftelijke opinie worden opgesteld op grond van de conclusies, rekening houdende met de beschrijving en desgevallend met de tekeningen. Ze vermelden de gegevens van de stand der techniek welke kunnen in acht worden genomen bij de beoordeling van de nieuwheid van de uitvinding, en van de uitvinderswerkzaamheid.
  § 4. De aanvrager dient een taks voor opzoeking te kwijten, die de kosten omvat voor de overhandiging van de in paragraaf 2 vermelde schriftelijke opinie, [2 waarbij de Koning het bedrag, de termijn en de wijze van betaling bepaalt. Om onder meer de draagkracht van het systeem van financiering door de Staat zoals bedoeld in het derde lid te vrijwaren, kan de Koning een hoger bedrag bepalen voor de aanvragen die niet voldoen aan de voorwaarden die Hij bepaalt.]2
  [2 Indien het hoger bedrag bedoeld in het eerste lid is bepaald, dient de aanvrager een schriftelijke verklaring in waarin hij aanduidt of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden vastgesteld op grond van het eerste lid. Ongeacht of het octrooi nog in aanvraag is of al werd verleend, bezorgt de aanvrager de Dienst op zijn vraag alle inlichtingen ter staving van zijn verklaring binnen de termijn die de Koning bepaalt. Indien de Dienst vaststelt dat de aanvrager geen verklaring heeft afgelegd binnen de termijn die de Koning bepaalt, dat deze onjuist is of dat de aanvrager de Dienst op zijn vraag niet alle inlichtingen ter staving van zijn verklaring heeft bezorgd, is de taks voor opzoeking voor de aanvraag het hoger bedrag bedoeld in het eerste lid vermeerderd met een toeslag. De Koning bepaalt het bedrag van de toeslag alsook de termijn en de wijze van betaling ervan.]2
  Het verschil [2 , als er een is,]2 tussen de vergoeding die aan de intergouvernementele instelling als bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, moet worden betaald voor het afleveren van de verslagen van nieuwheidsonderzoek en de onderzoekstaks wordt ten laste genomen door de Staat.
  [2 De octrooiaanvraag of het octrooi houdt op uitwerking te hebben indien de onderzoekstaks en, in voorkomend geval, de toeslag niet binnen de in het eerste lid of, in voorkomend geval, tweede lid bedoelde termijn wordt gekweten.]2
  § 5. De Dienst verwittigt de aanvrager van het naderende einde van de termijn binnen welke hij zijn opzoekingstaks dient te kwijten en van de gevolgen die zouden voortvloeien uit het niet-betalen van die taks. Een afschrift van deze verwittiging wordt door de Dienst overgemaakt aan de vruchtgebruiker, pandhouder of beslaglegger en aan de licentiehouder die in het register zijn ingeschreven.
  Een afschrift van de verwittiging wordt door de Dienst eveneens overgemaakt aan de persoon wiens vordering tot opeising van de octrooiaanvraag in het register werd ingeschreven.
  In afwijking van het bepaalde in paragraaf 4 van dit artikel, mag de opeiser zijn opzoekingstaks kwijten in de door deze paragraaf aangegeven termijn. Indien de houder van de octrooiaanvraag eveneens deze taks kwijt, betaalt de Dienst aan de opeiser de door hem betaalde taks terug.
  Ingeval van afwijzing of afstand van vordering tot opeising kan de opeiser die de opzoekingstaks heeft betaald de terugbetaling van deze taks niet opeisen bij de Dienst, noch bij de houder van de octrooiaanvraag, wanneer de houder nagelaten heeft de taks te betalen.
  De verwittigingen en de afschriften worden door de Dienst naar het laatstgekende adres van de belanghebbende gezonden. Het niet-verzenden of het niet-ontvangen van deze verwittigingen of afschriften geeft geen vrijstelling van betaling van de opzoekingstaks binnen de voorgeschreven termijn; daarop kan noch in rechte, noch ten opzichte van de Dienst beroep worden gedaan.
  § 6. De Dienst verzendt het verslag van nieuwheidsonderzoek en de schriftelijke opinie aan de aanvrager die een nieuwe tekst van de conclusies en van het uittreksel kan indienen. De aanvrager die een nieuwe tekst van de conclusies heeft ingediend, wijzigt de beschrijving om deze in overeenstemming te brengen met de nieuwe conclusies.
  De aanvrager kan, ter informatie, tevens schriftelijke commentaren indienen betreffende de schriftelijke opinie die hem werd verzonden.
  De octrooiaanvraag kan niet zodanig worden gewijzigd dat haar voorwerp verder reikt dan de inhoud van de octrooiaanvraag zoals zij werd ingediend.
  De Koning stelt de voorwaarden en termijnen vast die dienen in acht genomen te worden voor de wijziging van de conclusies, van de beschrijving en van het uittreksel in het kader van deze paragraaf.
  § 7. De Koning bepaalt de voorwaarden en stelt de termijnen vast binnen welke het verslag van nieuwheidsonderzoek en de schriftelijke opinie dienen opgemaakt te worden, de commentaren dienen te worden ingediend en de wijzigingen aan de conclusies, aan de beschrijving en aan het uittreksel dienen te geschieden.
  § 8. Indien de uitvinding, waarvoor een octrooi aangevraagd wordt, onder de toepassing valt van de wet van 10 januari 1955, mag de procedure voorzien in dit artikel slechts aangewend worden vanaf het ogenblik waarop het uitvindingsgeheim opgeheven wordt.
  § 9. Indien een verslag van nieuwheidsonderzoek en de begeleidende schriftelijke opinie, opgemaakt door de intergouvernementele instelling bedoeld in paragraaf 3 die handelen over een uitvinding die identiek is aan deze waarvoor een octrooiaanvraag in België ingediend is, vóór de afloop van de termijn vastgelegd voor de kwijting van de opzoekingstaks bedoeld in paragraaf 4 in de verleningsprocedure van een Belgisch of buitenlands, nationaal of regionaal octrooi, of in de procedure van de internationale octrooiaanvraag aangevraagd werden, mag de Koning beslissen dat dit verslag van nieuwheidsonderzoek en deze schriftelijke opinie, onder de voorwaarden door Hem vastgelegd, zullen kunnen aangewend worden, op verzoek van de aanvrager, bij de verleningsprocedure van het Belgisch octrooi.
  § 10. Op verzoek van de aanvrager, gericht aan de Dienst binnen de termijn bepaald in paragraaf 4, onderwerpt de Dienst de uitvinding, voorwerp der octrooiaanvraag, aan het nieuwheidsonderzoek van het internationale type zoals bedoeld in artikel 15, lid 5, a) van het Samenwerkingsverdrag. Dit onderzoek maakt het nieuwheidsonderzoek uit aangaande de in paragraaf 2 van onderhavig artikel bedoelde uitvinding.
  De Koning kan een taks vaststellen voor de indiening van een in het eerste lid bedoelde verzoek, die dient te worden gekweten binnen de termijn en overeenkomstig de door de Koning vastgestelde modaliteiten.
  Indien de Koning krachtens het tweede lid de taks vaststelt, heeft het niet betalen van de taks binnen de termijn en volgens de voorwaarden vastgesteld overeenkomstig het tweede lid, tot gevolg dat het verzoekschrift van rechtswege wordt geacht niet te zijn ingediend.
  De Koning houdt bij het al dan niet bepalen van de taks, en desgevallend bij het vaststellen van de hoogte van de taks, minstens rekening met de volgende criteria :
  1° de toegankelijkheid tot het Belgische octrooisysteem; en
  2° de verhouding tussen de kost voor de Dienst voor het beheer van de in het tweede lid bedoelde taks, en de inkomsten die deze taks genereert.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
  (2)<W 2022-09-25/06, art. 5, 119; Inwerkingtreding : 01-12-2022>

  
Bron: Justel