Artikel VII.216/158, WER
Art. VII.216/158. [1 In geval van verjaring blijft een rechtsvordering bestaan tegen de trekker die geen fonds bezorgd heeft, en tegen een trekker of een endossant die zich onrechtmatig mocht hebben verrijkt.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 165, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 165, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Bron: Justel
