Artikel XI.48, WER
Art. XI.48. [1 § 1. Met het oog op de instandhouding ervan geeft iedere octrooiaanvraag of ieder octrooi aanleiding tot de betaling van jaartaksen. De Koning kan het jaar vaststellen vanaf hetwelke de jaartaksen voor de eerste maal verschuldigd zijn. De jaartaksen zullen ten vroegste verschuldigd zijn aan het begin van het derde jaar, en ten laatste aan het begin van het vijfde jaar, gerekend vanaf de indieningsdatum van de octrooiaanvraag, en aan het begin van elk van de volgende jaren.
De Koning houdt bij het vaststellen vanaf welk jaar de jaartaksen voor het eerst verschuldigd zijn, minstens rekening met de volgende criteria :
1° de toegankelijkheid tot het Belgische octrooisysteem; en
2° de verhouding tussen de kost voor de Dienst voor het beheer van de in het eerste lid bedoelde taks, en de inkomsten die deze taks genereert.
De betaling van de jaartaks vervalt op de laatste dag van de maand die overeenstemt met de maand waarin de datum van indiening van de octrooiaanvraag valt. De jaartaks kan niet geldig worden gekweten meer dan zes maanden vóór de vervaldatum.
Wanneer de betaling van de jaartaks niet op de vervaldag werd gekweten, kan deze taks alsnog betaald worden, vermeerderd met een toeslag, binnen een respijttermijn van zes maanden te rekenen vanaf de vervaldag van de jaartaks.
Het bedrag van de jaartaks en van de toeslag wordt door de Koning vastgesteld bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
§ 2. Indien de jaartaks en de toeslag niet betaald worden binnen de respijttermijn van zes maanden voorzien in de vorige paragraaf, is de houder van de octrooiaanvraag of van het octrooi van rechtswege vervallen verklaard van zijn rechten. Het verval heeft uitwerking op de vervaldatum van de niet betaalde jaartaks. Het verval wordt in het register ingeschreven.
§ 3. Wat de personen betreft als bedoeld in artikel XI.78, § 3, wordt het bedrag van de jaartaks en van de toeslag met 50 % verminderd. De Koning bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten van de aanvraag tot vermindering van de jaartaks en van de toeslag bedoeld in deze paragraaf.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
De Koning houdt bij het vaststellen vanaf welk jaar de jaartaksen voor het eerst verschuldigd zijn, minstens rekening met de volgende criteria :
1° de toegankelijkheid tot het Belgische octrooisysteem; en
2° de verhouding tussen de kost voor de Dienst voor het beheer van de in het eerste lid bedoelde taks, en de inkomsten die deze taks genereert.
De betaling van de jaartaks vervalt op de laatste dag van de maand die overeenstemt met de maand waarin de datum van indiening van de octrooiaanvraag valt. De jaartaks kan niet geldig worden gekweten meer dan zes maanden vóór de vervaldatum.
Wanneer de betaling van de jaartaks niet op de vervaldag werd gekweten, kan deze taks alsnog betaald worden, vermeerderd met een toeslag, binnen een respijttermijn van zes maanden te rekenen vanaf de vervaldag van de jaartaks.
Het bedrag van de jaartaks en van de toeslag wordt door de Koning vastgesteld bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
§ 2. Indien de jaartaks en de toeslag niet betaald worden binnen de respijttermijn van zes maanden voorzien in de vorige paragraaf, is de houder van de octrooiaanvraag of van het octrooi van rechtswege vervallen verklaard van zijn rechten. Het verval heeft uitwerking op de vervaldatum van de niet betaalde jaartaks. Het verval wordt in het register ingeschreven.
§ 3. Wat de personen betreft als bedoeld in artikel XI.78, § 3, wordt het bedrag van de jaartaks en van de toeslag met 50 % verminderd. De Koning bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten van de aanvraag tot vermindering van de jaartaks en van de toeslag bedoeld in deze paragraaf.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
Bron: Justel
