Artikel XVII.78, WER

Art. XVII.78. [1 § 1. Bij het beoordelen van de evenredigheid van een bevel tot het overleggen van bewijsmateriaal dat zich in het dossier van de mededingingsautoriteit bevindt overeenkomstig artikel XVII.74, § 2, neemt de rechter bovendien het volgende in overweging:
   1° of het verzoek tot overlegging van het bewijsmateriaal specifiek geformuleerd is wat betreft de aard, het onderwerp of de inhoud van de documenten die aan een mededingingsautoriteit zijn voorgelegd of zich in het dossier van een mededingingsautoriteit bevinden;
   2° of de partij die om de overlegging van het bewijsmateriaal verzoekt, zulks doet in het kader van een rechtsvordering tot schadevergoeding en
   3° wat artikelen XVII.77, § 2, en XVII.79, § 1, betreft of op verzoek van een mededingingsautoriteit bij toepassing van paragraaf 2 van dit artikel, de noodzaak om de doeltreffendheid van de tenuitvoerlegging van het mededingingsrecht te waarborgen door een mededingingsautoriteit of een beroepsinstantie.
   § 2. De rechter vraagt volgens de nadere regels en de termijn die hij bepaalt, aan de mededingingsautoriteit tot wie een verzoek tot overlegging van bewijsmateriaal gericht is om schriftelijke opmerkingen in te dienen betreffende de evenredigheid van dit verzoek. Zij kan eveneens worden gehoord als de rechter haar hiertoe de toelating geeft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-06-06/02, art. 25, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>
  

  
Bron: Justel