Artikel XX.45, WER

Art. XX.45.[1 § 1. De procedure van gerechtelijke reorganisatie [3 of van overdracht onder gerechtelijk gezag]3 wordt geopend indien de continuïteit van de [3 schuldenaar]3, onmiddellijk of op termijn bedreigd is.
   § 2. [3 ...]3
   § 3. De staat van faillissement van de schuldenaar sluit op zich niet uit dat een procedure van gerechtelijke reorganisatie [3 of van overdracht onder gerechtelijk gezag]3 kan worden geopend of voortgezet.
   § 4. Het ontbreken van de in artikel XX.41, § 2, bepaalde stukken sluit niet uit dat toepassing wordt gemaakt van artikel XX.84, § 2.
   § 5. [3 ...]3
   Een verzoek tot gerechtelijke reorganisatie heeft geen schorsende werking, zoals beschreven in artikel XX.44, indien het uitgaat van een schuldenaar die minder dan [3 twaalf maanden]3 tevoren reeds het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie heeft aangevraagd, tenzij de rechtbank anders bepaalt in een met redenen omklede beslissing.
   Wanneer het verzoek uitgaat van een schuldenaar die [3 ...]3 minder dan vijf jaar tevoren reeds het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie heeft aangevraagd en verkregen, mag de nieuwe procedure van gerechtelijke reorganisatie niet terugkomen op de verworvenheden van de schuldeisers die zijn verkregen tijdens de vorige procedure.]1
  [3 § 6. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, heeft het bestuur voor het neerleggen een verzoek tot gerechtelijke reorganisatie geen instemming nodig van de algemene vergadering of van bepaalde kapitaalhouders.]3
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
  (2)<W 2021-03-21/02, art. 8, 097; Inwerkingtreding : 26-03-2021>
  (3)<W 2023-06-07/07, art. 61, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>

  
Bron: Justel