Artikel XVII.81, WER
Art. XVII.81. [1 Onverminderd artikel 1385bis van het Gerechtelijk Wetboek kan de rechter aan partijen, aan derden of aan hun wettelijke vertegenwoordigers een geldboete van 1 000 tot 10 000 000 euro, opleggen onverminderd de schadevergoeding die zou worden gevraagd in de volgende gevallen:
1° niet-nakoming van een door een rechter uitgevaardigd bevel tot overlegging van bewijsmateriaal, of de weigering een dergelijk bevel na te leven;
2° de vernietiging van relevant bewijsmateriaal;
3° niet-nakoming van de op bevel van de rechter opgelegde verplichtingen ter bescherming van vertrouwelijke informatie, of weigering dergelijke verplichtingen na te leven;
4° inbreuk op de beperkingen op het gebruik van bewijsmateriaal waarin dit hoofdstuk voorziet.
De geldboete moet doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn, rekening houdend met de onderneming of persoon aan wie ze wordt opgelegd en met de concrete omstandigheden van het geval, zoals het bedrag van de schadevordering, het doorslaggevende belang van het bewijs waarvan de overlegging wordt bevolen door de rechter, zijn bewijswaarde, de ernst van de procedurele inbreuk en het al dan niet bestaan van opzet om de inbreuk te plegen in hoofde van één van de partijen, een derde of hun wettelijke vertegenwoordigers.
De boete wordt geïnd door de administratie van de Registratie en Domeinen met aanwending van alle middelen van recht.
Wanneer één van de gevallen vermeld in het eerste lid te wijten is aan de gedragingen van een partij kan de rechter hieruit bovendien de nadelige conclusies trekken die hij passend acht, bijvoorbeeld dat een punt van discussie bewezen is of dat vorderingen en verweermiddelen geheel of ten dele worden afgewezen. Hij kan eveneens de betaling van de kosten gelasten.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-06-06/02, art. 29, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>
1° niet-nakoming van een door een rechter uitgevaardigd bevel tot overlegging van bewijsmateriaal, of de weigering een dergelijk bevel na te leven;
2° de vernietiging van relevant bewijsmateriaal;
3° niet-nakoming van de op bevel van de rechter opgelegde verplichtingen ter bescherming van vertrouwelijke informatie, of weigering dergelijke verplichtingen na te leven;
4° inbreuk op de beperkingen op het gebruik van bewijsmateriaal waarin dit hoofdstuk voorziet.
De geldboete moet doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn, rekening houdend met de onderneming of persoon aan wie ze wordt opgelegd en met de concrete omstandigheden van het geval, zoals het bedrag van de schadevordering, het doorslaggevende belang van het bewijs waarvan de overlegging wordt bevolen door de rechter, zijn bewijswaarde, de ernst van de procedurele inbreuk en het al dan niet bestaan van opzet om de inbreuk te plegen in hoofde van één van de partijen, een derde of hun wettelijke vertegenwoordigers.
De boete wordt geïnd door de administratie van de Registratie en Domeinen met aanwending van alle middelen van recht.
Wanneer één van de gevallen vermeld in het eerste lid te wijten is aan de gedragingen van een partij kan de rechter hieruit bovendien de nadelige conclusies trekken die hij passend acht, bijvoorbeeld dat een punt van discussie bewezen is of dat vorderingen en verweermiddelen geheel of ten dele worden afgewezen. Hij kan eveneens de betaling van de kosten gelasten.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-06-06/02, art. 29, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>
Bron: Justel
