Artikel VII.63, WER

Art. VII.63.[1 Onverminderd de toepassing van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, is de verwerking van persoonsgegevens door betalingssystemen en betalingsdienstaanbieders toegelaten wanneer dit noodzakelijk en relevant is voor de voorkoming van, het onderzoek naar en de opsporing van betalingsbedrog.
  [2 De verstrekking van informatie aan natuurlijke personen over de verwerking van persoonsgegevens en de verwerking van dergelijke gegevens en enige andere verwerking van persoonsgegevens voor de bij het onderhavige boek beoogde doeleinden geschiedt overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en de verordening (EU) 2016/679 van het Europees parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
   De betalingsdienstaanbieders krijgen alleen met de uitdrukkelijke toestemming van de betalingsdienstgebruiker toegang tot persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van hun betalingsdiensten, en deze te verwerken en te bewaren.]2
  De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de verwerkingsmodaliteiten voor de in dit boek omschreven en gerechtvaardigde doeleinden nader bepalen. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB2014-04-19/40, art. 1)>
  (2)<W 2018-07-19/09, art. 11, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>

  
Bron: Justel