Artikel XX.176, WER

Art. XX.176.[1 De [4 consument die een persoonlijke zekerheid heeft gesteld in de zin van artikel 9.1.42, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek]4 voor de gefailleerde, kan, na het openen van de procedure, [3 in het register]3 een verzoekschrift neerleggen voor de insolventierechtbank strekkende tot gehele of gedeeltelijke bevrijding van haar verbintenis wanneer het bedrag van de zekerheid, bij het openen van de procedure, kennelijk niet in verhouding is tot haar terugbetalingsmogelijkheden, waarbij deze mogelijkheid beoordeeld moet worden in het licht van haar roerende en onroerende goederen en inkomsten.
   De verzoeker vermeldt in zijn verzoekschrift:
   - zijn identiteit, beroep en woonplaats;
   - de identiteit en woonplaats van de titularis van de vordering waarvan de betaling gewaarborgd is door de zekerheidsteller;
   - de verklaring dat zijn verbintenis niet in verhouding is, bij het openen van de procedure, met zijn inkomsten en vermogen;
   - de kopie van zijn laatste aangifte en het laatste aanslagbiljet in de personenbelasting;
   - het overzicht van alle activa en passiva die zijn patrimonium vormen;
   - de stukken die de verbintenis houdende de kosteloze zekerheidstelling en de omvang ervan staven;
   - elk ander stuk dat van aard is om precies de staat weer te geven van zijn bestaansmiddelen en lasten.
   Het verzoekschrift wordt gevoegd bij het faillissementsdossier.
   De partijen worden door de griffier bij gerechtsbrief opgeroepen om te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt. De oproeping vermeldt dat het verzoekschrift en de bijkomende documenten in het faillissementsdossier kunnen worden geraadpleegd.
   De neerlegging van het verzoekschrift schort de middelen van tenuitvoerlegging op.
   Het vonnis dat de bevrijding van de verzoeker beveelt, wordt [3 door toedoen van de griffier]3 bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
   Wanneer de persoonlijke zekerheid door de rechtbank niet volledig van zijn verplichting is ontslagen, verkrijgen de schuldeisers opnieuw het recht om individueel een vordering op zijn goederen te stellen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
  (2)<W 2018-04-15/14, art. 241, 059; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
  (3)<W 2023-06-07/07, art. 236, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
  (4)<W 2025-06-05/09, art. 13, 142; Inwerkingtreding : 01-01-2026>

  
Bron: Justel