Artikel XI.75/10, WER

Art. XI.75/10.[1 § 1. Een regeringscommissaris, bijgestaan door een plaatsvervanger, oefent toezicht uit op de handelingen gesteld door de algemene vergadering en door de raad van het Instituut voor Octrooigemachtigden.
   De regeringscommissaris en zijn plaatsvervanger worden door de Koning benoemd, op voordracht van de minister, overeenkomstig de voorwaarden door de Koning bepaald.
   § 2. De regeringscommissaris wordt uitgenodigd op de vergaderingen van de algemene vergadering en van de raad, waarvan de notulen hem worden meegedeeld. Hij kan bovendien ter plaatse kennis nemen van alle beslissingen en documenten van de algemene vergadering en van de raad. Het Instituut voorziet hem van alle informatie en documenten die hem in staat stellen om zijn opdrachten te vervullen.
   § 3. De regeringscommissaris beschikt over een termijn van dertig werkdagen om bij de minister beroep in te stellen tegen de uitvoering van elke beslissing van de algemene vergadering of de raad, die met een wet, een besluit of een reglement strijdig is [2 , die de solvabiliteit van het Instituut in gevaar kan brengen of die strijdig is met de goedgekeurde begroting van het Instituut]2.
   De beroepstermijn gaat in op de dag waarop de regeringscommissaris in kennis gesteld wordt van het proces-verbaal van de beslissing. Het beroep heeft schorsende kracht. Indien de minister de beslissing niet nietig verklaart binnen een termijn van vijftien werkdagen, te rekenen van de ontvangst van het beroep, wordt de beslissing definitief.
   § 4. Elk belanghebbend lid van het Instituut beschikt over een termijn van vijftien werkdagen om de regeringscommissaris bij een aangetekende zending te verzoeken het beroep in te stellen bedoeld in paragraaf 3. De aangetekende zending zet de redenen van het verzoek uiteen. Het verzoek verbindt de regeringscommissaris op geen enkele manier.
   De termijn voor het indienen van een verzoek bij aangetekende zending gaat in op de dag waarop het proces-verbaal van de beslissing werd bekendgemaakt dan wel de dag waarop het belanghebbend lid in kennis werd gesteld van het proces-verbaal van de beslissing indien het gaat om een beslissing met individuele strekking die op het belanghebbend lid betrekking heeft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-07-08/06, art. 30, 061; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
  (2)<W 2022-09-25/06, art. 17, 119; Inwerkingtreding : 01-01-2024>

  
Bron: Justel