Artikel IV.26, WER

Art. IV.26.[1 § 1. De Koning benoemt de auditeur-generaal bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad voor een mandaat van zes jaar dat eenmaal kan worden hernieuwd.
   Om tot auditeur-generaal te worden benoemd, dient de kandidaat te voldoen aan de benoemingsvoorwaarden gesteld voor de voorzitter, bepaald in art. IV.17, § 3.
   In voorkomend geval wordt de uitoefening van de functie van auditeur-generaal beschouwd als een opdracht in de zin van artikel 323bis, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek.
   § 2. De auditeur-generaal wordt bij koninklijk besluit op rust gesteld ingeval hij wegens een ernstig en permanent gebrek zijn ambt niet meer behoorlijk kan uitoefenen, en dit overeenkomstig artikel 117 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel.
   § 3. De auditeur-generaal is onder meer belast met de volgende opdrachten:
   1° het leiden van het auditoraat;
   2° het ontvangen van de klachten, de verzoeken en de injuncties betreffende de [2 inbreuken op het mededingingsrecht]2;
   3° het openen van het onderzoek in de gevallen bedoeld in artikel IV.39 en het bepalen van de volgorde waarin deze zaken worden onderzocht, na advies van de directeur economische zaken;
  [3 3° /1 het openen van een onderzoek zoals bedoeld in artikel 38, lid 7, van Verordening (EU) 2022/1925;]3
   4° het ontvangen van de aanmeldingen van concentraties;
   5° het geven van algemene leiding aan het onderzoek door de auditeur en, in geval van tijdelijke gemotiveerde onbeschikbaarheid van de auditeur, tijdelijk de taak van auditeur vervullen in een zaak;
   6° [3 het afgeven van opdrachtbevelen ingeval de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit de ambtenaren van de Europese Commissie bijstaan voor een door de Europese Commissie bevolen inspectie met toepassing van artikel 20 van Verordening (EG) nr. 1/2003 en ingeval de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit een inspectie verrichten namens en voor rekening van de mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie krachtens artikel 22 van Verordening (EG) nr. 1/2003;]3
   7° het toezien op de uitvoering van de door het Mededingingscollege, de auditeur en het Marktenhof genomen beslissingen inzake de mededingingsregels;
   8° het vertegenwoordigen van de Belgische Mededingingsautoriteit in de procedures bedoeld in artikel IV.90, ingeval beroep wordt gebracht tegen een beslissing van de auditeur-generaal of de auditeur; de auditeur-generaal kan de vertegenwoordiging in een zaak delegeren aan de directeur juridische zaken, de auditeur of een personeelslid van het auditoraat;
   9° [3 het vragen van de verwijzing van een concentratie naar de Belgische Mededingingsautoriteit met toepassing van de artikelen 4 en 9 van Verordening (EG) nr. 139/2004, of het verwijzen van een concentratie naar de Europese Commissie met toepassing van artikel 22 van dezelfde Verordening;]3
   10° het starten en stopzetten van de schikkingsprocedure;
   11° het beëindigen van gesprekken met betrekking tot toezeggingen die worden aangeboden door een betrokken partij;
   12° het verzoeken van voorlopige maatregelen;
   13° het organiseren in het kader van de onderzoeken van een tegensprekelijke procedure waarbij een personeelslid van het auditoraat, dat niet behoort tot het onderzoeksteam, beslist of de documenten en de gegevens die zijn verkregen of gekopieerd in het kader van een huiszoeking:
   a) beschermd zijn ingevolge de bescherming van briefwisseling met en consultatie van advocaten of de confidentialiteit van adviezen van bedrijfsjuristen krachtens artikel 5 van de wet van 1 maart 2000 tot oprichting van een Instituut voor Bedrijfsjuristen;
   b) vallen binnen het toepassingsgebied van het opdrachtbevel tot huiszoeking.
   § 4. In geval van belangenconflict of gemotiveerde onbeschikbaarheid wordt de auditeur-generaal vervangen door het personeelslid van het auditoraat dat hij aanduidt of, bij gebreke daarvan, dat wordt aangeduid door het directiecomité.
   § 5. De auditeur-generaal mag geen enkele instructie ontvangen wat betreft de beslissingen die hij neemt in uitvoering van de opdrachten die hem door dit boek zijn opgedragen.
   § 6. De auditeur-generaal kan taken die behoren tot de opdrachten die hem door dit boek worden opgedragen, delegeren aan de auditeur.]1
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
  (2)<W 2022-02-28/02, art. 9, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
  (3)<W 2024-03-29/39, art. 14, 131; Inwerkingtreding : 13-05-2024>

  
Bron: Justel