Artikel VII.141, WER

Art. VII.141. [1 § 1. Behoudens de wettelijke kosten behorend bij de hypotheek en wat krachtens andere wettelijke of reglementaire bepalingen kan verschuldigd zijn, mogen slechts kosten voor de schatting der in waarborg aangeboden goederen ten laste van de consument gelegd worden.
  De schatting kan slechts geschieden met toestemming van de consument. De schatting wordt uitgevoerd door een interne of externe schatter erkend door de kredietgever.
  Geen kosten voor schatting zijn verschuldigd dan nadat de schatting is geschied. Voorschotten dienen in het tegenovergestelde geval terug betaald te worden.
  Indien de schattingskosten ten laste van de consument worden gelegd, worden zij hem vooraf medegedeeld. Hij ontvangt onverwijld een kopie van het schattingsverslag.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, kan de kredietgever bij de hypothecaire kredieten met een onroerende bestemming dossierkosten vragen. Deze kosten zijn slechts verschuldigd nadat de consument het kredietaanbod heeft aanvaard.
  De Koning kan een methode bepalen tot vaststelling van maximale schattings- en dossierkosten en, in voorkomend geval, tot aanpassing van deze maxima.]1
  ----------
  (1)<W 2016-04-22/01, art. 24, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>

  
Bron: Justel