Artikel XX.216, WER

Art. XX.216.[1 § 1. De [2 vereffeningsdeskundige]2 in een op grond van artikel 121 van het Wetboek van internationaal privaatrecht erkende buitenlandse hoofdinsolventie kan alle bevoegdheden uitoefenen die hem toekomen naar het recht van de staat waar de buitenlandse insolventie is uitgesproken, tenzij op grond van artikel 118, § 1, tweede lid, 2°, van het Wetboek van internationaal privaatrecht een procedure geopend is.
   Indien in België een procedure geopend is op grond van artikel 118, § 1, tweede lid, 2°, van het Wetboek van internationaal privaatrecht kan de buitenlandse [2 vereffeningsdeskundige]2 voorstellen indienen om de activa te gelde te maken of op enigerlei wijze te gebruiken.
   § 2. De [2 vereffeningsdeskundige]2 in een op grond van artikel 121 van het Wetboek van internationaal privaatrecht erkende buitenlandse hoofdinsolventie mag al zijn bevoegdheden uitoefenen op de goederen van de schuldenaar die zich in België bevinden met inbegrip van deze om ze te verplaatsen, onverminderd artikel 119, § 2 van het Wetboek van internationaal privaatrecht.
   § 3. Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden hier te lande moet de buitenlandse [2 vereffeningsdeskundige]2 het Belgische recht eerbiedigen, in het bijzonder de voorschriften inzake het tegelde maken van de goederen. Deze bevoegdheden mogen niet de aanwending van dwangmiddelen, noch het recht om uitspraak te doen in gedingen of geschillen behelzen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
  (2)<W 2023-06-07/07, art. 248, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>

  
Bron: Justel