Artikel XIX.41, WER

Art. XIX.41. [1 § 1. De minnelijke schuldbemiddelaar kan de minnelijke schuldbemiddeling beëindigen als de schuldenaar ondanks een eerste waarschuwing zijn verplichtingen overeenkomstig artikel XIX.39 nog steeds niet nakomt.
   De minnelijke schuldbemiddelaar brengt de schuldenaar hiervan op een duurzame gegevensdrager op de hoogte.
   Hij neemt een opzegtermijn van ten minste een maand in acht.
   § 2. De minnelijke schuldbemiddelaar beëindigt de minnelijke schuldbemiddeling indien hij niet meer voldoet aan de voorwaarden van onafhankelijkheid bedoeld in de artikelen XIX.21 en XIX.22.
   De minnelijke schuldbemiddelaar brengt de schuldenaar hiervan op een duurzame gegevensdrager op de hoogte.
   Hij neemt een opzegtermijn van ten minste een maand in acht.
   § 3. De minnelijke schuldbemiddelaar kan de minnelijke schuldbemiddeling beëindigen indien deze niet langer kan worden voortgezet onder bevredigende voorwaarden.
   De minnelijke schuldbemiddelaar brengt de schuldenaar hiervan op een duurzame gegevensdrager op de hoogte.
   Hij neemt een opzegtermijn van ten minste twee maanden in acht.
   § 4. De openbare instellingen bedoeld in artikel XIX.20, § 1, eerste lid, 2° kunnen de minnelijke schuldbemiddeling beëindigen als ze door de verhuizing van de schuldenaar niet langer territoriaal bevoegd zijn.
   De openbare instellingen brengen de schuldenaar onverwijld hiervan op een duurzame gegevensdrager op de hoogte.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-03/21, art. 45, 135; Inwerkingtreding : 10-06-2024>
  

  
Bron: Justel