Artikel XX.20, WER

Art. XX.20.[1 § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel XX.122, worden de [3 vereffeningsdeskundigen]3, aangewezen krachtens deze wet, gekozen op grond van hun kwaliteiten en volgens de noodwendigheden van de zaak.
   Ze dienen waarborgen te bieden van bekwaamheid, ervaring, onafhankelijkheid en onpartijdigheid.
   Hun beroepsaansprakelijkheid moet verzekerd zijn, behalve wanneer zij organen zijn van een overheid of van een overheidsinstelling [3 of wanneer zij overeenkomstig het vierde lid door de Ordes of Instituten worden aangewezen]3.
   De Ordes, de Instituten van beoefenaars van vrije beroepen [2 ...]2 stellen een lijst op van de personen die door de rechtbank als [3 vereffeningsdeskundige]3 kunnen worden aangeduid, onverminderd de bepaling van paragraaf 2. Deze lijsten worden jaarlijks bijgewerkt en bekendgemaakt in het [2 register]2.
   § 2. De curatoren worden aangewezen op de wijze bepaald in artikel XX.122.
   § 3. De kosten en erelonen van de curatoren worden vastgesteld verhouding tot het belang en de complexiteit van hun opdracht, in de vorm van een proportionele vergoeding op de gerealiseerde activa en desgevallend rekening houdend met de tijd nodig voor de vervulling van hun prestaties.
   De kosten en erelonen van de andere [3 vereffeningsdeskundigen]3 worden vastgesteld in verhouding tot het belang en de complexiteit van hun opdracht en op grond van de tijd nodig voor de vervulling van hun prestaties en desgevallend rekening houdend met de waarde van de activa.
   De Koning bepaalt de regels en de barema's betreffende de vaststelling van de erelonen van de curatoren en stelt de grondslag vast waarop de [3 vereffeningsdeskundigen]3 worden vergoed.
   § 4. De Koning kan tevens bepalen welke kosten afzonderlijk worden vergoed en op welke wijze ze worden begroot.
   Bij elk verzoek tot toekenning van een ereloon wordt een gedetailleerd overzicht van de te vergoeden prestaties gevoegd.
   Bij elk verzoek tot toekenning van de kostenvergoeding, worden de stukken die deze kosten verantwoorden gevoegd.
   Voor de faillissementen waarvan de activa niet voldoende zijn om de beheers- en vereffeningskosten van de boedel te dekken, wordt een forfaitaire vergoeding van de curator bepaald waarvan het jaarlijks geïndexeerd bedrag door de Koning wordt bepaald.
   § 5. Op verzoek van de curatoren en op eensluidend advies van de rechter-commissaris kan de rechtbank de curator toestaan om onkostenvergoedingen en een provisioneel ereloon in te houden waarvan zij het bedrag bepaalt. Behoudens bijzondere omstandigheden mag het geheel van de provisionele kosten en het provisioneel ereloon niet hoger zijn dan drie vierden van de sommen vastgesteld volgens de door de Koning bepaalde vergoedingsregels. In geen geval kan het provisioneel ereloon worden toegekend wanneer de curatoren de in het artikel XX.130 bedoelde verslagen niet in het register neerleggen.
   De rechtbank kan op verzoek van de andere [3 vereffeningsdeskundigen]3 onkostenvergoedingen en een provisioneel ereloon toekennen.
   § 6. Op vordering van elke belanghebbende, op verzoek van de [3 vereffeningsdeskundige]3 of ambtshalve kan de rechtbank op elk ogenblik en voor zover dit noodzakelijk wordt geacht, overgaan tot een bijkomende aanstelling, een vervanging of een beëindiging van het mandaat van de insolventiefunctionaris.
   Elke vordering van derden wordt bij de rechtbank ingesteld, volgens de vormen van het kort geding, en is gericht tegen de [3 vereffeningsdeskundige]3 of -functionarissen en tegen de schuldenaar.
   De insolventierechtbank kan te allen tijde de [3 vereffeningsdeskundige]3 [3 vervangen]3.
   De [3 vereffeningsdeskundigen]3 van wie de vervanging wordt overwogen, worden vooraf opgeroepen en, na verslag van de rechter-commissaris in voorkomend geval, gehoord in raadkamer. [3 Het vonnis wordt uitgesproken in openbare terechtzitting in de gevallen waarin de aanstelling van de vereffeningsdeskundige openbaar was gemaakt.]3
   Het vonnis waarbij de vervanging van een [3 vereffeningsdeskundige]3 wordt gelast, wordt door toedoen van de griffier te zijner kennis gebracht en binnen vijf dagen na de dagtekening bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
   Indien de [3 vereffeningsdeskundige]3 wordt vervangen op eigen verzoek wordt dit uitdrukkelijk vermeld in voornoemde bekendmaking.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-08-11/14, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
  (2)<W 2018-04-15/14, art. 218, 059; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
  (3)<W 2023-06-07/07, art. 19, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>

  
Bron: Justel