Artikel IX.4, WER
Art. IX.4.[1 § 1. Met het oog op de bescherming van de veiligheid of de gezondheid van de gebruiker kan de Koning, op de voordracht van de minister :
1° voor een categorie van producten de vervaardiging, de invoer, de verwerking, de uitvoer, het aanbod, de tentoonstelling, de verkoop, de behandeling, het vervoer, de verdeling, zelfs kosteloos, de verhuring, het ter beschikking stellen, de levering na herstelling, de ingebruikstelling, het bezit, de etikettering, het verpakken, de omloop of de gebruikswijze verbieden of reglementeren alsmede de voorwaarden inzake veiligheid en gezondheid die in acht genomen moeten worden, bepalen;
2° een categorie van diensten verbieden of voor een categorie van diensten de voorwaarden bepalen inzake veiligheid en gezondheid waaronder deze mogen verleend worden.
De minister of zijn gemachtigde raadpleegt voor elk ontwerp van besluit ter uitvoering van deze paragraaf een vertegenwoordiging van de sector van de betrokken producten of diensten, van de consumentenorganisaties en, in voorkomend geval, de werknemersorganisaties.
De raadpleging kan gebeuren via een adviesaanvraag aan de [3 bijzondere raadgevende commissie Verbruik]3. De minister of zijn gemachtigde bepaalt de termijn binnen dewelke het advies moet gegeven worden. Deze termijn mag niet minder bedragen dan twee maanden. Na deze termijn is het advies van de Commissie niet meer vereist voor zover een raadpleging plaatsvindt zoals bepaald in het vorige lid.
§ 2. De minister of zijn gemachtigde kan een product uit de handel nemen of een dienst verbieden, wanneer is vastgesteld dat een of meerdere elementen van het betrokken product niet in overeenstemming zijn met de algemene veiligheidsverplichting of met een besluit genomen ter uitvoering van de paragrafen 1 en 3, of artikel IX.5, §§ 1 en 2. [2 Tenzij de maatregel de omzetting of het gevolg is van een maatregel die op Europees vlak is genomen, raadpleegt de minister of zijn gemachtigde]2 vooraf de producent van het betrokken product of de betrokken dienstverlener en licht hem in uiterlijk vijftien dagen na het nemen van de maatregelen.
§ 3. In een besluit genomen ter uitvoering van de paragrafen 1 of 2, kunnen tevens de volgende maatregelen worden bevolen :
1° het uit de handel nemen, de terugname met het oog op de wijziging, de gehele of gedeeltelijke terugbetaling dan wel de ruil van de betrokken producten, alsmede de vernietiging ervan indien dat het enige middel is om het risico te weren;
2° de stopzetting of reglementering van de dienst;
3° verplichtingen met betrekking tot de voorlichting van de gebruikers;
4° facultatieve of verplichte procedures, testen en markeringen.
§ 4. [2 ...]2
§ 5. De minister of zijn gemachtigde licht de [3 bijzondere raadgevende commissie Verbruik]3 in over de getroffen maatregelen, uiterlijk vijftien dagen na het van kracht worden van een besluit genomen ter uitvoering van dit artikel.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-04-25/10, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 4)>
(2)<W 2017-04-18/03, art. 21, 046; Inwerkingtreding : 04-05-2017>
(3)<KB 2017-12-13/14, art. 11,11°, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
1° voor een categorie van producten de vervaardiging, de invoer, de verwerking, de uitvoer, het aanbod, de tentoonstelling, de verkoop, de behandeling, het vervoer, de verdeling, zelfs kosteloos, de verhuring, het ter beschikking stellen, de levering na herstelling, de ingebruikstelling, het bezit, de etikettering, het verpakken, de omloop of de gebruikswijze verbieden of reglementeren alsmede de voorwaarden inzake veiligheid en gezondheid die in acht genomen moeten worden, bepalen;
2° een categorie van diensten verbieden of voor een categorie van diensten de voorwaarden bepalen inzake veiligheid en gezondheid waaronder deze mogen verleend worden.
De minister of zijn gemachtigde raadpleegt voor elk ontwerp van besluit ter uitvoering van deze paragraaf een vertegenwoordiging van de sector van de betrokken producten of diensten, van de consumentenorganisaties en, in voorkomend geval, de werknemersorganisaties.
De raadpleging kan gebeuren via een adviesaanvraag aan de [3 bijzondere raadgevende commissie Verbruik]3. De minister of zijn gemachtigde bepaalt de termijn binnen dewelke het advies moet gegeven worden. Deze termijn mag niet minder bedragen dan twee maanden. Na deze termijn is het advies van de Commissie niet meer vereist voor zover een raadpleging plaatsvindt zoals bepaald in het vorige lid.
§ 2. De minister of zijn gemachtigde kan een product uit de handel nemen of een dienst verbieden, wanneer is vastgesteld dat een of meerdere elementen van het betrokken product niet in overeenstemming zijn met de algemene veiligheidsverplichting of met een besluit genomen ter uitvoering van de paragrafen 1 en 3, of artikel IX.5, §§ 1 en 2. [2 Tenzij de maatregel de omzetting of het gevolg is van een maatregel die op Europees vlak is genomen, raadpleegt de minister of zijn gemachtigde]2 vooraf de producent van het betrokken product of de betrokken dienstverlener en licht hem in uiterlijk vijftien dagen na het nemen van de maatregelen.
§ 3. In een besluit genomen ter uitvoering van de paragrafen 1 of 2, kunnen tevens de volgende maatregelen worden bevolen :
1° het uit de handel nemen, de terugname met het oog op de wijziging, de gehele of gedeeltelijke terugbetaling dan wel de ruil van de betrokken producten, alsmede de vernietiging ervan indien dat het enige middel is om het risico te weren;
2° de stopzetting of reglementering van de dienst;
3° verplichtingen met betrekking tot de voorlichting van de gebruikers;
4° facultatieve of verplichte procedures, testen en markeringen.
§ 4. [2 ...]2
§ 5. De minister of zijn gemachtigde licht de [3 bijzondere raadgevende commissie Verbruik]3 in over de getroffen maatregelen, uiterlijk vijftien dagen na het van kracht worden van een besluit genomen ter uitvoering van dit artikel.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-04-25/10, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 4)>
(2)<W 2017-04-18/03, art. 21, 046; Inwerkingtreding : 04-05-2017>
(3)<KB 2017-12-13/14, art. 11,11°, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
Bron: Justel
