Artikel XVII.21/3, WER

Art. XVII.21/3. [1 De vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding.
   Op de vordering wordt uitspraak gedaan, niettegenstaande enige vervolging die voor de strafrechter wordt ingesteld wegens dezelfde feiten.
   Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande voorziening en zonder borgstelling, tenzij de voorzitter heeft bevolen dat een borg moet worden gesteld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-07-30/18, art. 27, 064; Inwerkingtreding : 24-08-2018>
  

  
Bron: Justel