Artikel XI.150, WER
Art. XI.150. [1 § 1. De Koning bepaalt het bedrag van de vergoedingen die de aanvrager moet betalen voor de indiening en het onderzoek van zijn aanvraag.
De Koning bepaalt eveneens :
1° het bedrag van de vergoedingen verschuldigd voor de inschrijvingen die door de Dienst worden verricht met toepassing van de artikelen XI.124, XI.125 en XI.126,
2° het bedrag van de vergoedingen verschuldigd voor de door de Dienst afgegeven attesten en afschriften,
3° het bedrag van de vergoedingen voor de controle op de instandhouding van het ras,
4° het bedrag van de vergoeding tot herstel in de oorspronkelijke toestand.
§ 2. Indien de vergoedingen die verschuldigd zijn krachtens paragraaf 1, eerste lid, niet worden betaald, wordt de aanvrager geacht aan zijn aanvraag te verzaken.
§ 3. De Koning bepaalt de modaliteiten van inning van de vergoedingen.
§ 4. De vergoedingen zijn niet terugbetaalbaar.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
De Koning bepaalt eveneens :
1° het bedrag van de vergoedingen verschuldigd voor de inschrijvingen die door de Dienst worden verricht met toepassing van de artikelen XI.124, XI.125 en XI.126,
2° het bedrag van de vergoedingen verschuldigd voor de door de Dienst afgegeven attesten en afschriften,
3° het bedrag van de vergoedingen voor de controle op de instandhouding van het ras,
4° het bedrag van de vergoeding tot herstel in de oorspronkelijke toestand.
§ 2. Indien de vergoedingen die verschuldigd zijn krachtens paragraaf 1, eerste lid, niet worden betaald, wordt de aanvrager geacht aan zijn aanvraag te verzaken.
§ 3. De Koning bepaalt de modaliteiten van inning van de vergoedingen.
§ 4. De vergoedingen zijn niet terugbetaalbaar.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
Bron: Justel
