Artikel III.62, WER
Art. III.62. [1 § 1. De aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij de minister door middel van een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs.
§ 2. De aanvraag moet vergezeld zijn van een bedrijfsplan en van alle documenten vereist door de erkenningsvoorwaarden.
In het bedrijfsplan dient duidelijk te worden aangegeven op welke manier de activiteit als ondernemingsloket zal gefinancierd worden, hoe zal voorzien worden in de vereiste beroepsbekwaamheid en welke geografische zone het ondernemingsloket wil bestrijken. Deze voorwaarden zijn eveneens vereist voor elke vestigingseenheid van het loket.
§ 3. De openbare instellingen kunnen als gemachtigde optreden in naam van hun cliënten bij een ondernemingsloket.
§ 4. De minister kan overgaan tot de erkenning van een ondernemingsloket georganiseerd door een vereniging zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of uitsluitend gefinancierd met openbare middelen en die informatie-, begeleidings- of adviesactiviteiten uitoefent voor ondernemingsoprichters als blijkt dat in een zone die door de Europese of regionale overheid geografisch bepaald wordt als een zone die in aanmerking moet komen voor positieve discriminatie, geen actief ondernemingsloket bestaat.
Bij de toepassing van het voorafgaande lid zijn de erkenningsvoorwaarden voorzien in artikel III.61, § 1, 2° en § 2, niet van toepassing.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
§ 2. De aanvraag moet vergezeld zijn van een bedrijfsplan en van alle documenten vereist door de erkenningsvoorwaarden.
In het bedrijfsplan dient duidelijk te worden aangegeven op welke manier de activiteit als ondernemingsloket zal gefinancierd worden, hoe zal voorzien worden in de vereiste beroepsbekwaamheid en welke geografische zone het ondernemingsloket wil bestrijken. Deze voorwaarden zijn eveneens vereist voor elke vestigingseenheid van het loket.
§ 3. De openbare instellingen kunnen als gemachtigde optreden in naam van hun cliënten bij een ondernemingsloket.
§ 4. De minister kan overgaan tot de erkenning van een ondernemingsloket georganiseerd door een vereniging zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of uitsluitend gefinancierd met openbare middelen en die informatie-, begeleidings- of adviesactiviteiten uitoefent voor ondernemingsoprichters als blijkt dat in een zone die door de Europese of regionale overheid geografisch bepaald wordt als een zone die in aanmerking moet komen voor positieve discriminatie, geen actief ondernemingsloket bestaat.
Bij de toepassing van het voorafgaande lid zijn de erkenningsvoorwaarden voorzien in artikel III.61, § 1, 2° en § 2, niet van toepassing.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
Bron: Justel
