Artikel VII.33, WER
Art. VII.33. [1 § 1. De totstandkoming van de domiciliëring vereist het verlenen van een lastgeving door de betaler aan, naargelang, één of meerdere van de hierna volgende personen:
1° de begunstigde;
2° de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde;
3° de betalingsdienstaanbieder van de betaler.
Een exemplaar op duurzame drager dient overhandigd te worden aan de betaler.
§ 2. Ongeacht of de lastgeving bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, al dan niet is opgenomen in hetzelfde instrumentum van de hoofdverbintenis waarvan zij uitvoering waarborgt, beantwoordt de lastgeving minstens aan de volgende voorwaarden:
1° een uitdrukkelijke instemming en ondertekening van de betaler;
2° de te geven volmacht moet uitdrukkelijk verwijzen naar de onderliggende overeenkomst die op haar beurt de draagwijdte van de gedomicilieerde schuldvorderingen bepaalt met betrekking tot de aard, de vervaltermijn en zo mogelijk het juiste bedrag.
De domiciliëring kan slechts rechtsgeldig tot stand komen indien de betaler voorafgaand in kennis werd gesteld van de onderliggende overeenkomst.
§ 3. Onverminderd de toepassing van artikel VII.46, § 3, indien het juiste bedrag of de datum van debitering niet bepaald is bij het sluiten van de domiciliëring, geeft de begunstigde hiervan kennis aan de betaler op de overeengekomen datum binnen een redelijke termijn voorafgaand aan het initiëren van iedere betalingstransactie.
§ 4. Een domiciliëring en de hiermee verbonden lastgeving kunnen door elke partij te allen tijde rechtsgeldig worden opgezegd, door kennisgeving aan de medecontractant.
De opzegging van de domiciliëring door de betaler is rechtsgeldig en tegenstelbaar aan al zijn lasthebbers, wanneer de betaler hiervan kennis geeft, hetzij aan zijn schuldeiser, hetzij aan zijn betalingsdienstaanbieder indien deze laatste mogelijkheid uitdrukkelijk werd overeengekomen.]1
----------
(1)<W 2018-07-19/09, art. 10, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>
1° de begunstigde;
2° de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde;
3° de betalingsdienstaanbieder van de betaler.
Een exemplaar op duurzame drager dient overhandigd te worden aan de betaler.
§ 2. Ongeacht of de lastgeving bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, al dan niet is opgenomen in hetzelfde instrumentum van de hoofdverbintenis waarvan zij uitvoering waarborgt, beantwoordt de lastgeving minstens aan de volgende voorwaarden:
1° een uitdrukkelijke instemming en ondertekening van de betaler;
2° de te geven volmacht moet uitdrukkelijk verwijzen naar de onderliggende overeenkomst die op haar beurt de draagwijdte van de gedomicilieerde schuldvorderingen bepaalt met betrekking tot de aard, de vervaltermijn en zo mogelijk het juiste bedrag.
De domiciliëring kan slechts rechtsgeldig tot stand komen indien de betaler voorafgaand in kennis werd gesteld van de onderliggende overeenkomst.
§ 3. Onverminderd de toepassing van artikel VII.46, § 3, indien het juiste bedrag of de datum van debitering niet bepaald is bij het sluiten van de domiciliëring, geeft de begunstigde hiervan kennis aan de betaler op de overeengekomen datum binnen een redelijke termijn voorafgaand aan het initiëren van iedere betalingstransactie.
§ 4. Een domiciliëring en de hiermee verbonden lastgeving kunnen door elke partij te allen tijde rechtsgeldig worden opgezegd, door kennisgeving aan de medecontractant.
De opzegging van de domiciliëring door de betaler is rechtsgeldig en tegenstelbaar aan al zijn lasthebbers, wanneer de betaler hiervan kennis geeft, hetzij aan zijn schuldeiser, hetzij aan zijn betalingsdienstaanbieder indien deze laatste mogelijkheid uitdrukkelijk werd overeengekomen.]1
----------
(1)<W 2018-07-19/09, art. 10, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>
Bron: Justel
