Artikel XV.62/1, WER

Art. XV.62/1. [1 De hiertoe specifiek door de minister aangestelde ambtenaar kan, op inzage van de processen-verbaal die een inbreuk op de in artikel XV.112, §§ 1 en 2, genoemde voorschriften vaststellen, aan de overtreders de betaling van een som voorstellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen.
   De Koning stelt de tarieven alsook de wijze van betaling en inning vast.
   Het in het eerste lid bedoelde bedrag mag niet meer bedragen dan het maximum van de bij artikel XV.112 bepaalde geldboete, verhoogd met de opcentiemen.
   De binnen de aangegeven termijn uitgevoerde betaling doet de strafvordering vervallen, behalve indien tevoren een klacht gericht werd aan de procureur des Konings, de onderzoeksrechter verzocht werd een onderzoek in te stellen of indien het feit bij de rechtbank aanhangig gemaakt werd. In deze gevallen worden de bedragen teruggestort aan de overtreder.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 13, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  
Bron: Justel