Artikel XI.113, WER

Art. XI.113. [1 § 1. Het kwekersrecht heeft als rechtsgevolg dat aan de houder of houders ervan, hierna "de houder" genoemd, het recht wordt voorbehouden om de in paragraaf 2 genoemde handelingen te verrichten.
  § 2. Onverminderd de artikelen XI.115 en XI.116, is de toestemming van de houder vereist voor de volgende handelingen uitgevoerd met betrekking tot rascomponenten, het oogstmateriaal of de producten die rechtstreeks zijn verkregen uit oogstmateriaal van het beschermde ras :
  1° het voortbrengen of de vermeerdering;
  2° het conditioneren ten behoeve van de vermeerdering;
  3° het te koop aanbieden;
  4° het verkopen of op een andere wijze commercialiseren;
  5° de invoer;
  6° de uitvoer;
  7° de opslag voor een van de hierboven genoemde doeleinden.
  De houder kan aan zijn toestemming voorwaarden en beperkingen verbinden.
  § 3. Paragraaf 2 is voor oogstmateriaal slechts van toepassing indien dit werd verkregen door het niet-toegestane gebruik van rascomponenten van het beschermde ras, en tenzij de houder een redelijke mogelijkheid gehad heeft om zijn recht met betrekking tot genoemde rascomponenten uit te oefenen.
  § 4. Paragraaf 2 is van toepassing op producten die rechtstreeks zijn verkregen uit oogstmateriaal van het beschermde ras, indien deze producten werden verkregen door het niet-toegestane gebruik van dit oogstmateriaal, en tenzij de houder een redelijke mogelijkheid gehad heeft om zijn recht met betrekking tot genoemd oogstmateriaal uit te oefenen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  
Bron: Justel