Artikel XV.66/7, WER
Art. XV.66/7. [1 § 1. Onverminderd de in dit boek vastgelegde maatregelen, stuurt het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme, wanneer het vaststelt dat een aanbieder van databemiddelingsdiensten of een organisatie voor data-altruïsme die gevestigd is in België of een wettelijke vertegenwoordiger in België heeft, niet voldoet aan de vereisten bedoeld in de artikelen XII.40, XII.41 en XII.43, de aanbieder of de organisatie een waarschuwing waarin deze wordt aangemaand een einde te maken aan de inbreuk.
De waarschuwing wordt binnen dertig dagen vanaf de dag van de vaststelling van de feiten aan de overtreder betekend per aangetekende zending met ontvangstbevestiging of door afgifte van een afschrift van de waarschuwing. De waarschuwing kan ook per elektronische post worden verzonden. Als de waarschuwing per elektronische post na verzending niet wordt beantwoord, wordt de waarschuwing uiterlijk vijftien dagen na de elektronische verzending per aangetekende zending met ontvangstbevestiging verzonden.
Wanneer de overtreder niet kan worden geïdentificeerd op de dag van de vaststelling van de inbreuk, begint de in het tweede lid bedoelde termijn van dertig dagen te lopen op de dag waarop het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme de vermoedelijke overtreder aan wie de inbreuk kan worden toegeschreven heeft kunnen identificeren.
De waarschuwing vermeldt:
1° de ten laste gelegde feiten en de overtreden bepaling(en);
2° dat een einde moet worden gemaakt aan de voormelde inbreuken, hetzij binnen een redelijke termijn die door het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme wordt bepaald, hetzij onmiddellijk in geval van een ernstige inbreuk;
3° dat de overtreder zijn verweermiddelen mondeling of schriftelijk kan indienen binnen dertig dagen vanaf de ontvangst van de waarschuwing of, bij gebrek daaraan, vanaf de neerlegging van het bericht waarin hij in kennis wordt gesteld van de aangetekende zending, alsook de procedure die moet worden gevolgd voor het voeren van verweer;
4° het recht van de overtreder om zich te laten bijstaan door een raadsman;
5° het recht van de overtreder om een afschrift van het dossier te krijgen;
6° dat, indien geen gevolg wordt gegeven aan de waarschuwing, een administratieve procedure als bedoeld in de artikelen XV.66/8, XV.68/1 en XV.68/2 kan worden ingeleid;
7° dat de overtreder zich ertoe kan verbinden een einde te maken aan de inbreuk en, indien dat relevant blijkt, zich er eveneens toe kan verbinden corrigerende maatregelen te nemen, dat een dergelijke verbintenis door het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme kan worden aanvaard en aanleiding kan geven tot de stopzetting van repressieve maatregelen, maar niet noodzakelijk andere administratieve toepassingen uitsluit en dat de verbintenis van de overtreder om een einde te maken aan de inbreuk of, indien dat relevant blijkt, corrigerende maatregelen te nemen, openbaar kan worden gemaakt op de wijze voorzien in artikel XV.31/2, § 4.
§ 2. Bij de uitoefening van het toezicht op de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde bepalingen beschikt het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme over de bevoegdheden bedoeld in titel 1, hoofdstuk 1.
§ 3. In het kader van zijn opdrachten, bedoeld in dit boek, zorgt het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme voor een nauwe samenwerking met in het bijzonder de gegevensbeschermingsautoriteit, de Belgische mededingingsautoriteit, het Centrum voor Cybersecurity België en de nationale autoriteiten van de andere lidstaten die zijn aangeduid als bevoegd voor de toepassing van Verordening 2022/868.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/13, art. 27, 137; Inwerkingtreding : 01-10-2024>
De waarschuwing wordt binnen dertig dagen vanaf de dag van de vaststelling van de feiten aan de overtreder betekend per aangetekende zending met ontvangstbevestiging of door afgifte van een afschrift van de waarschuwing. De waarschuwing kan ook per elektronische post worden verzonden. Als de waarschuwing per elektronische post na verzending niet wordt beantwoord, wordt de waarschuwing uiterlijk vijftien dagen na de elektronische verzending per aangetekende zending met ontvangstbevestiging verzonden.
Wanneer de overtreder niet kan worden geïdentificeerd op de dag van de vaststelling van de inbreuk, begint de in het tweede lid bedoelde termijn van dertig dagen te lopen op de dag waarop het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme de vermoedelijke overtreder aan wie de inbreuk kan worden toegeschreven heeft kunnen identificeren.
De waarschuwing vermeldt:
1° de ten laste gelegde feiten en de overtreden bepaling(en);
2° dat een einde moet worden gemaakt aan de voormelde inbreuken, hetzij binnen een redelijke termijn die door het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme wordt bepaald, hetzij onmiddellijk in geval van een ernstige inbreuk;
3° dat de overtreder zijn verweermiddelen mondeling of schriftelijk kan indienen binnen dertig dagen vanaf de ontvangst van de waarschuwing of, bij gebrek daaraan, vanaf de neerlegging van het bericht waarin hij in kennis wordt gesteld van de aangetekende zending, alsook de procedure die moet worden gevolgd voor het voeren van verweer;
4° het recht van de overtreder om zich te laten bijstaan door een raadsman;
5° het recht van de overtreder om een afschrift van het dossier te krijgen;
6° dat, indien geen gevolg wordt gegeven aan de waarschuwing, een administratieve procedure als bedoeld in de artikelen XV.66/8, XV.68/1 en XV.68/2 kan worden ingeleid;
7° dat de overtreder zich ertoe kan verbinden een einde te maken aan de inbreuk en, indien dat relevant blijkt, zich er eveneens toe kan verbinden corrigerende maatregelen te nemen, dat een dergelijke verbintenis door het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme kan worden aanvaard en aanleiding kan geven tot de stopzetting van repressieve maatregelen, maar niet noodzakelijk andere administratieve toepassingen uitsluit en dat de verbintenis van de overtreder om een einde te maken aan de inbreuk of, indien dat relevant blijkt, corrigerende maatregelen te nemen, openbaar kan worden gemaakt op de wijze voorzien in artikel XV.31/2, § 4.
§ 2. Bij de uitoefening van het toezicht op de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde bepalingen beschikt het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme over de bevoegdheden bedoeld in titel 1, hoofdstuk 1.
§ 3. In het kader van zijn opdrachten, bedoeld in dit boek, zorgt het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme voor een nauwe samenwerking met in het bijzonder de gegevensbeschermingsautoriteit, de Belgische mededingingsautoriteit, het Centrum voor Cybersecurity België en de nationale autoriteiten van de andere lidstaten die zijn aangeduid als bevoegd voor de toepassing van Verordening 2022/868.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/13, art. 27, 137; Inwerkingtreding : 01-10-2024>
Bron: Justel
