Artikel XIX.14, WER

Art. XIX.14. [1 De rechter kan, onverminderd de gemeenrechtelijke sancties, bevelen dat elke betaling verkregen in strijd met de bepalingen van de artikelen XIX.2, XIX.4 tot XIX.8 en XIX.10 wordt beschouwd als een geldige betaling door de consument aan de schuldeiser, en moet worden terugbetaald aan de consument door degene die de betaling heeft ontvangen.
   Indien de minnelijke invordering van een schuld een volledig of gedeeltelijk onverschuldigd bedrag betreft, in het bijzonder door toepassing van artikel XIX.13, kan de rechter, onverminderd de gemeenrechtelijke sancties, bevelen dat diegene die de betaling heeft ontvangen verplicht is om ze terug te betalen aan de consument, vermeerderd met de verwijlinteresten vanaf de datum van betaling.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2023-05-04/02, art. 4, 121; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
  

  
Bron: Justel