Artikel XI.287, WER

Art. XI.287.[1 § 1. Er wordt een organiek fonds opgericht voor de transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten.
   De ontvangsten toegewezen aan het fonds bedoeld in het eerste lid, alsook de mogelijke uitgaven ten laste van het fonds, zijn vermeld bij het genoemde fonds, in de bij organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen gevoegde tabel.
   § 2. Om het fonds bedoeld in paragraaf 1 te spijzen en volgens de nadere regels bepaald door de Koning zijn de beheersvennootschappen, de collectieve beheerorganisaties bedoeld in artikel XI.246, § 1, tweede lid, de onafhankelijke beheerentiteiten bedoeld in artikel XI.246, § 1, derde en vierde lid, ertoe gehouden een jaarlijkse bijdrage te betalen.
   In geval van intrekking van de vergunning in toepassing van boek XV, blijven de beheersvennootschap en de collectieve beheerorganisaties onderworpen aan de verplichting tot bijdrage tot 31 december van het jaar waarin de beslissing van intrekking in werking is getreden.
   In geval van doorhaling bij de Kruispuntbank voor ondernemingen van haar maatschappelijke zetel of van haar bijkantoor, blijft de onafhankelijke beheerentiteit onderworpen aan de bijdrage tot 31 december van het jaar tijdens hetwelk de doorhaling plaats heeft.
   De jaarlijkse bijdrage is eenmalig en ondeelbaar verschuldigd.
   § 3. De bijdrage van elke beheersvennootschap, collectieve beheerorganisatie en onafhankelijke beheerentiteit, bedoeld in paragraaf 2, wordt berekend op grond van de auteursrechten en van de naburige rechten die ze int op het nationale grondgebied en op grond van de auteursrechten en van de naburige rechten die ze in het buitenland int voor rekening van personen die op het nationale grondgebied verblijven.
   § 4. De bijdrage verschuldigd door iedere beheersvennootschap, collectieve beheerorganisatie en onafhankelijke beheerentiteit, bedoeld in paragraaf 2 bestaat in een percentage van de berekeningsgrondslag zoals bepaald in paragraaf 3.
   Onverminderd het derde lid moet het percentage aan de volgende voorwaarden voldoen:
   1° gelijk zijn voor alle beheersvennootschappen;
   2° gelijk zijn voor alle collectieve beheerorganisaties bedoeld in artikel XI.246, § 1, tweede lid;
   3° gelijk zijn voor alle onafhankelijke beheerentiteiten bedoeld in artikel XI.246, § 1, derde en vierde lid;
   4° ervoor zorgen dat met de totale opbrengst van de bijdragen het geheel van de kosten kan worden gedekt die voortvloeien uit het toezicht op grond van dit hoofdstuk;
   5° 0,4 % van de berekeningsgrondslag bepaald in paragraaf 3 niet overschrijden.
   De Koning bepaalt het percentage van de berekeningsbasis, in overeenstemming met de voorwaarden bepaald in het vorige lid. Dit percentage kan verschillend zijn voor de beheersvennootschappen, de collectieve beheerorganisaties en de onafhankelijke beheerentiteiten.
   Het percentage mag 0,1 % niet overschrijden van de in paragraaf 3 bepaalde berekeningsgrondslag, voor de bijdrage verschuldigd door de beheersvennootschappen die representatief zijn voor alle beheersvennootschappen en collectieve beheersorganisaties, aangeduid door de Koning overeenkomstig de artikelen XI.229, vijfde lid, XI.239, achtste lid, XI.242, derde lid en XI.244, vierde lid, voor wat betreft de vergoedingsrechten geïnd door deze vennootschappen, respectievelijk bepaald in de artikelen XI.229, XI.235, XI.236, XI.240 en XI.243.
   § 5. Zijn niet begrepen in de in paragraaf 3 bepaalde berekeningsgrondslag, de rechten geïnd door beheersvennootschappen, collectieve beheerorganisaties of onafhankelijke beheerorganisaties bedoeld in § 2 voor zover:
   1° die rechten uitsluitend betrekking hebben op exploitatiedaden verricht in het buitenland;
   2° de rechten integraal moeten worden doorgestort, in voorkomend geval na inhouding van een commissie voor het beheer, door de beheersvennootschap, de collectieve beheerorganisatie bedoeld in artikel XI.246, § 1, tweede lid of de onafhankelijke beheerentiteit bedoeld in artikel XI.246, § 1, derde en vierde lid, naar één of meer beheervennootschappen, collectieve beheerorganisaties of onafhankelijke beheerentiteiten in het buitenland; en
   3° enkel de beheersvennootschap of beheersvennootschappen, collectieve beheerorganisaties en onafhankelijke beheerentiteiten bedoeld in 2° die de zetel van hun economische bedrijvigheid in het buitenland hebben, voor de verdeling van deze rechten instaan.
   § 6. Het organieke fonds mag een debetstand vertonen mits deze debetstand nog in de loop van hetzelfde begrotingsjaar wordt aangezuiverd in functie van de verwezenlijkte ontvangsten zodat het begrotingsjaar met een positief saldo kan worden afgesloten.
   § 7. Onverminderd de andere sancties bepaald door dit Wetboek, kan de minister van Financiën op verzoek van de minister, de Federale Overheidsdienst Financiën belasten met de invordering van de onbetaald gebleven bijdragen.]1
  ----------
  (1)<W 2017-06-08/13, art. 109, 049; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  
Bron: Justel