Artikel XVIII.2, WER

Art. XVIII.2. [1 § 1. Wanneer onvoorziene omstandigheden of gebeurtenissen de goede werking van de economie geheel of gedeeltelijk in gevaar brengen of kunnen brengen, kan de minister, uit dringende collectieve noodzaak en bij gebrek aan enig ander redelijk middel binnen een gepaste termijn overgaan of doen overgaan tot opeising tegen betaling van producten, om ze ter beschikking te stellen, hetzij van de Staat, hetzij van de openbare besturen of diensten, hetzij van private personen of inrichtingen.
  De minister mag, mits bezoldiging, alle nuttige verplichtingen opleggen voor de tenuitvoerlegging van deze opeisingen.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde opeising van goederen mag slaan, hetzij op de voorwerpen zelf, hetzij op de inrichting of het materieel waarmee zij worden voortgebracht, verwerkt, vervoerd, te koop gesteld of in bezit gehouden.
  § 3. Op straffe van nietigverklaring wordt het bevel tot opeising schriftelijk geformuleerd en door de minister of zijn afgevaardigde ondertekend.
  Het bevel vermeldt de aard, de duur van de opeising, de voorwaarden waaronder de opeising moet worden uitgevoerd en eventueel de hoeveelheid betrokken producten.
  Het bevel tot opeising wordt met ontvangstmelding door de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren betekend aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon of houder, in welke hoedanigheid ook, van de opgeëiste goederen.
  In geval van noodzaak mag het bevel tot opeising mondeling worden geformuleerd en achteraf door de minister overeenkomstig het eerste lid bevestigd.
  § 4. Het ministerieel besluit waarbij de minister overgaat of doet overgaan tot de opeisingen bedoeld in de voorgaande paragrafen, wordt zo spoedig mogelijk bevestigd door een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  Indien dit besluit niet wordt bevestigd door de Koning, wordt het geacht nooit uitwerking te hebben gehad.
  § 5. De in deze titel vermelde opeisingen zijn niet onderworpen aan de wet van 5 maart 1935 betreffende de burgers opgeroepen bij vrijwillige verbintenis of bij opeising, om de werking van de openbare diensten in oorlogstijd te verzekeren, noch aan de op grond van deze wet genomen reglementen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-27/37, art. 2, 015; Inwerkingtreding : 30-04-2014>

  
Bron: Justel