Artikel VII.216/111, WER
Art. VII.216/111. [1 Ieder die zijn handtekening op een cheque plaatst als vertegenwoordiger van een persoon voor wie hij niet de bevoegdheid had te handelen, is zelf krachtens de cheque verbonden, en heeft, indien hij betaalt, dezelfde rechten als de beweerde vertegenwoordigde zou hebben gehad. Hetzelfde geldt ten aanzien van de vertegenwoordiger die zijn bevoegdheid heeft overschreden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 149, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 149, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Bron: Justel
