Artikel VII.156, WER
Art. VII.156. [1 § 1. Er wordt bij de Bank een Begeleidingscomité opgericht dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de kredietgevers, de consumenten, de Bank, de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de minister. De Koning bepaalt de wijze waarop die vertegenwoordigers worden aangewezen alsmede de nadere regels voor de werking van het comité.
§ 2. Het Begeleidingscomité is belast met het uitbrengen van adviezen over :
1° elk ontwerp van besluit opgesteld in uitvoering van dit hoofdstuk, met uitzondering van het besluit bedoeld in § 1;
2° de organisatie van de Centrale en de invloed van de uitbatingprocedures op haar kosten;
3° het ontwerp van jaarlijks budget van de Centrale;
4° het ontwerp van verslag bedoeld in artikel VII. 157.
§ 3. Het Begeleidingscomité is eveneens belast met :
1° het goedkeuren van de jaarrekeningen van de Centrale en het bestemmen van het eventuele exploitatieoverschot;
2° het vaststellen van de structuur en de regels inzake de verdeling van de terugbetaling van de kosten bedoeld in VII. 155;
3° het goedkeuren van de administratieve en technische richtlijnen, bedoeld in artikel VII. 148, § 3;
4° het goedkeuren van de akkoorden betreffende de uitwisseling van inlichtingen met de buitenlandse kredietcentrales volgens de voorwaarden bedoeld in artikel VII. 153, § 1, tweede lid.
§ 4. Het Begeleidingscomité kan aan het College van revisoren van de Bank vragen om de rekeningen van de Centrale te certificeren.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
§ 2. Het Begeleidingscomité is belast met het uitbrengen van adviezen over :
1° elk ontwerp van besluit opgesteld in uitvoering van dit hoofdstuk, met uitzondering van het besluit bedoeld in § 1;
2° de organisatie van de Centrale en de invloed van de uitbatingprocedures op haar kosten;
3° het ontwerp van jaarlijks budget van de Centrale;
4° het ontwerp van verslag bedoeld in artikel VII. 157.
§ 3. Het Begeleidingscomité is eveneens belast met :
1° het goedkeuren van de jaarrekeningen van de Centrale en het bestemmen van het eventuele exploitatieoverschot;
2° het vaststellen van de structuur en de regels inzake de verdeling van de terugbetaling van de kosten bedoeld in VII. 155;
3° het goedkeuren van de administratieve en technische richtlijnen, bedoeld in artikel VII. 148, § 3;
4° het goedkeuren van de akkoorden betreffende de uitwisseling van inlichtingen met de buitenlandse kredietcentrales volgens de voorwaarden bedoeld in artikel VII. 153, § 1, tweede lid.
§ 4. Het Begeleidingscomité kan aan het College van revisoren van de Bank vragen om de rekeningen van de Centrale te certificeren.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Bron: Justel
