Artikel IV.65, WER
Art. IV.65[[1 § 1. De aanmeldende partijen dienen hun eventuele schriftelijke opmerkingen en stukken in uiterlijk de dag vóór de zitting van het Mededingingscollege en zij bezorgen daarvan op dezelfde dag per e-mail een kopie aan de auditeur.
Ingeval de aanmeldende partijen een stuk indienen dat zich niet in het onderzoeksdossier bevindt, stelt de voorzitter van het Mededingingscollege een termijn vast waarbinnen de auditeur schriftelijke opmerkingen kan indienen betreffende dat stuk alsmede een termijn waarbinnen de aanmeldende partijen kunnen antwoorden op deze opmerkingen. De auditeur kan [2 toepassing maken van artikel IV.40]2 bij de voorbereiding van zijn schriftelijke opmerkingen. De aanmeldende partijen en de auditeur doen mekaar per e-mail mededeling van hun schriftelijke opmerkingen en stukken, op de dag van de indiening ervan op het secretariaat. De beslissingstermijn bedoeld in artikel IV.66, § 3, wordt geschorst vanaf de dag van de beslissing van de voorzitter van het Mededingingscollege tot vaststellen van de in de tweede zin van dit lid bedoelde termijnen tot de dag waarop de termijn verstrijkt waarbinnen de aanmeldende partijen hun antwoord kunnen indienen.
§ 2. De derden die het Mededingingscollege zal horen kunnen uiterlijk drie werkdagen voor de zitting schriftelijke opmerkingen en stukken meedelen aan het Mededingingscollege, met kopie op dezelfde dag per e-mail aan de aanmeldende partijen en aan de auditeur.
Ingeval de derden vertrouwelijke informatie aan het Mededingingscollege wensen mee te delen, wijst de voorzitter van het Mededingingscollege, zonder kennis te nemen van de betrokken documenten of gegevens, een assessor aan die geen deel uitmaakt van het Mededingingscollege en die zich uitspreekt over de vertrouwelijkheid bij overeenkomstige toepassing van de procedure bedoeld in artikel IV.41, §§ 1 tot 4. Ingeval de kennisneming door het Mededingingscollege of bepaalde betrokken partijen de rechten van verdediging van een andere betrokken partij in het gedrang zou brengen, beslist de assessor dat het betrokken document of gegeven niet wordt opgenomen in het proceduredossier en wordt vervangen door de niet-vertrouwelijke versie of samenvatting. De beslissing van de assessor is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.
De derden die het Mededingingscollege zal horen hebben geen recht van toegang tot het onderzoeksdossier en het proceduredossier, tenzij de voorzitter van het Mededingingscollege hiertoe een andersluidende beslissing neemt voor de stukken van het proceduredossier die hij aanduidt.
§ 3. Het Mededingingscollege behandelt elke zaak ter zitting. De zitting vindt plaats ten minste tien werkdagen na de mededeling van het voorstel van beslissing aan de aanmeldende partijen.
De voorzitter van het Mededingingscollege kan beslissen meer dan één zitting in een zaak te organiseren. Ingeval een bijkomende zitting alsnog overbodig blijkt, kan het Mededingingscollege in zijn beslissing het sluiten van de debatten vaststellen.
§ 4. Het Mededingingscollege hoort de auditeur-generaal, de auditeur, de aanmeldende partijen en, zo zij hier om verzoeken of op verzoek van het Mededingingscollege, de andere partijen bij de concentratie.
Ingeval het Mededingingscollege het nodig acht, hoort het elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die het oproept.
Het hoort tevens de derden die een voldoende belang doen blijken en vragen om gehoord te worden. Voor de economische sectoren, die onder de controle of het toezicht van een geëigende openbare instelling of een ander overheidslichaam zijn geplaatst, worden deze instellingen of overheidslichamen geacht een voldoende belang te hebben. De minister wordt geacht een voldoende belang te hebben.
De leden van de bestuursorganen of van de directieorganen van de partijen bij de concentratie, alsook de vertegenwoordigers van de meest representatieve werknemersorganisaties van deze ondernemingen, of de personen die zij aanwijzen, worden geacht een voldoende belang te hebben.
De directeur economische zaken en de directeur juridische zaken worden op hun verzoek gehoord.
Het niet-verschijnen van de opgeroepen partijen of personen, of van hun mandataris, doet geen afbreuk aan de geldigheid van de procedure.
§ 5. De aanmeldende partijen kunnen nieuwe verbintenissen voorstellen, binnen de termijn bepaald door de voorzitter van het Mededingingscollege.
§ 6. De ondernemingen die partij zijn bij de concentratie kunnen de concentratie wijzigen tot op het ogenblik van de sluiting van de debatten door het Mededingingscollege. In dat geval slaat de beslissing van het Mededingingscollege op de aldus gewijzigde concentratie.]1
----------
(1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
(2)<W 2022-02-28/02, art. 48, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
Ingeval de aanmeldende partijen een stuk indienen dat zich niet in het onderzoeksdossier bevindt, stelt de voorzitter van het Mededingingscollege een termijn vast waarbinnen de auditeur schriftelijke opmerkingen kan indienen betreffende dat stuk alsmede een termijn waarbinnen de aanmeldende partijen kunnen antwoorden op deze opmerkingen. De auditeur kan [2 toepassing maken van artikel IV.40]2 bij de voorbereiding van zijn schriftelijke opmerkingen. De aanmeldende partijen en de auditeur doen mekaar per e-mail mededeling van hun schriftelijke opmerkingen en stukken, op de dag van de indiening ervan op het secretariaat. De beslissingstermijn bedoeld in artikel IV.66, § 3, wordt geschorst vanaf de dag van de beslissing van de voorzitter van het Mededingingscollege tot vaststellen van de in de tweede zin van dit lid bedoelde termijnen tot de dag waarop de termijn verstrijkt waarbinnen de aanmeldende partijen hun antwoord kunnen indienen.
§ 2. De derden die het Mededingingscollege zal horen kunnen uiterlijk drie werkdagen voor de zitting schriftelijke opmerkingen en stukken meedelen aan het Mededingingscollege, met kopie op dezelfde dag per e-mail aan de aanmeldende partijen en aan de auditeur.
Ingeval de derden vertrouwelijke informatie aan het Mededingingscollege wensen mee te delen, wijst de voorzitter van het Mededingingscollege, zonder kennis te nemen van de betrokken documenten of gegevens, een assessor aan die geen deel uitmaakt van het Mededingingscollege en die zich uitspreekt over de vertrouwelijkheid bij overeenkomstige toepassing van de procedure bedoeld in artikel IV.41, §§ 1 tot 4. Ingeval de kennisneming door het Mededingingscollege of bepaalde betrokken partijen de rechten van verdediging van een andere betrokken partij in het gedrang zou brengen, beslist de assessor dat het betrokken document of gegeven niet wordt opgenomen in het proceduredossier en wordt vervangen door de niet-vertrouwelijke versie of samenvatting. De beslissing van de assessor is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.
De derden die het Mededingingscollege zal horen hebben geen recht van toegang tot het onderzoeksdossier en het proceduredossier, tenzij de voorzitter van het Mededingingscollege hiertoe een andersluidende beslissing neemt voor de stukken van het proceduredossier die hij aanduidt.
§ 3. Het Mededingingscollege behandelt elke zaak ter zitting. De zitting vindt plaats ten minste tien werkdagen na de mededeling van het voorstel van beslissing aan de aanmeldende partijen.
De voorzitter van het Mededingingscollege kan beslissen meer dan één zitting in een zaak te organiseren. Ingeval een bijkomende zitting alsnog overbodig blijkt, kan het Mededingingscollege in zijn beslissing het sluiten van de debatten vaststellen.
§ 4. Het Mededingingscollege hoort de auditeur-generaal, de auditeur, de aanmeldende partijen en, zo zij hier om verzoeken of op verzoek van het Mededingingscollege, de andere partijen bij de concentratie.
Ingeval het Mededingingscollege het nodig acht, hoort het elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die het oproept.
Het hoort tevens de derden die een voldoende belang doen blijken en vragen om gehoord te worden. Voor de economische sectoren, die onder de controle of het toezicht van een geëigende openbare instelling of een ander overheidslichaam zijn geplaatst, worden deze instellingen of overheidslichamen geacht een voldoende belang te hebben. De minister wordt geacht een voldoende belang te hebben.
De leden van de bestuursorganen of van de directieorganen van de partijen bij de concentratie, alsook de vertegenwoordigers van de meest representatieve werknemersorganisaties van deze ondernemingen, of de personen die zij aanwijzen, worden geacht een voldoende belang te hebben.
De directeur economische zaken en de directeur juridische zaken worden op hun verzoek gehoord.
Het niet-verschijnen van de opgeroepen partijen of personen, of van hun mandataris, doet geen afbreuk aan de geldigheid van de procedure.
§ 5. De aanmeldende partijen kunnen nieuwe verbintenissen voorstellen, binnen de termijn bepaald door de voorzitter van het Mededingingscollege.
§ 6. De ondernemingen die partij zijn bij de concentratie kunnen de concentratie wijzigen tot op het ogenblik van de sluiting van de debatten door het Mededingingscollege. In dat geval slaat de beslissing van het Mededingingscollege op de aldus gewijzigde concentratie.]1
----------
(1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
(2)<W 2022-02-28/02, art. 48, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
Bron: Justel
