Artikel IV.50, WER

Art. IV.50.[1 § 1. Na ontvangst van de schriftelijke opmerkingen en stukken of het verstrijken van de termijn waarin schriftelijke opmerkingen en stukken kunnen worden neergelegd, verklaart de voorzitter van het Mededingingscollege de schriftelijke procedure gesloten en organiseert hij zonder verwijl een zitting van het Mededingingscollege. Deze zitting vindt plaats ten minste twee weken en ten hoogste twee maanden na het sluiten van de schriftelijke procedure.
   § 2. Het Mededingingscollege behandelt elke zaak ter zitting. Het hoort de auditeur-generaal en/of de auditeur, de betrokken partijen, alsook de klager en belanghebbende derden ingeval deze erom vragen.
   Ingeval het Mededingingscollege het nodig acht, hoort het elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die het oproept.
   Het hoort tevens de derden die een voldoende belang doen blijken en vragen om gehoord te worden. Voor de economische sectoren die onder de controle of het toezicht van een geëigende openbare instelling of ander overheidslichaam zijn geplaatst, worden deze instellingen of overheidslichamen geacht een voldoende belang te hebben. De minister wordt geacht een voldoende belang te hebben.
   De directeur juridische zaken en de directeur economische zaken worden op hun verzoek gehoord.
   Het niet verschijnen van de opgeroepen partijen of personen, of van hun mandataris, doet geen afbreuk aan de geldigheid van de procedure.
   § 3. De voorzitter van het Mededingingscollege kan beslissen meer dan één zitting te organiseren binnen de maximumtermijn bedoeld in paragraaf 1. Ingeval een bijkomende zitting alsnog overbodig blijkt, kan het Mededingingscollege in zijn beslissing het sluiten van de debatten vaststellen.
   § 4. Een betrokken partij kan toezeggingen aanbieden om tegemoet te komen aan de bezorgdheden van het Mededingingscollege, uiterlijk de derde werkdag na de eerste zitting. [2 In voorkomend geval, vraagt het Mededingingscollege de auditeur om op formele of informele wijze de marktdeelnemers te raadplegen en eventueel schriftelijke opmerkingen in te dienen betreffende de aangeboden toezeggingen.]2 In dat geval kan de betrokken partij schriftelijk antwoorden op deze schriftelijke opmerkingen.
   De auditeur kan toepassing maken van [2 artikel IV.40]2 bij de voorbereiding van zijn schriftelijke opmerkingen.
   Het Mededingingscollege bepaalt de termijnen voor het indienen van de schriftelijke opmerkingen en van het antwoord.
   Het Mededingingscollege kan beslissen de betrokken partij en de auditeur te horen.
   Ingeval van toepassing van het eerste lid kan de voorzitter van het Mededingingscollege de maximumtermijn van twee maanden bedoeld in paragraaf 1 verlengen met ten hoogste [2 twee maanden]2.]1
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
  (2)<W 2022-02-28/02, art. 32, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>

  
Bron: Justel