Artikel X.22, WER
Art. X.22. [1 § 1. De handelsagentuurovereenkomst kan een concurrentiebeding bevatten.
Een concurrentiebeding is enkel geldig wanneer :
1° het schriftelijk werd bedongen;
2° het betrekking heeft op het soort zaken waarmee de handelsagent belast was;
3° het beperkt blijft tot het geografisch gebied of de groep personen en het geografisch gebied die aan de handelsagent waren toevertrouwd;
4° het niet verder reikt dan zes maanden na de beëindiging van de overeenkomst.
§ 2. Het concurrentiebeding heeft geen uitwerking wanneer de handelsagentuurovereenkomst wordt beëindigd door de principaal zonder een in artikel X.17, eerste lid, vermelde reden aan te voeren, of door de handelsagent door een in artikel X.17, eerste lid, vermelde reden aan te voeren.
§ 3. Het concurrentiebeding schept ten gunste van de handelsagent een vermoeden dat hij klanten heeft aangebracht; de principaal kan het tegenbewijs leveren.
§ 4. De forfaitaire vergoeding waarin de handelsagentuurovereenkomst voorziet in geval van schending van het concurrentiebeding, mag niet hoger zijn dan een bedrag gelijk aan één jaar vergoeding berekend zoals bepaald in artikel X.18, vierde lid.
De principaal kan echter, mits hij het bestaan en de omvang van zijn nadeel bewijst, een hogere vergoeding eisen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-02/21, art. 3, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
Een concurrentiebeding is enkel geldig wanneer :
1° het schriftelijk werd bedongen;
2° het betrekking heeft op het soort zaken waarmee de handelsagent belast was;
3° het beperkt blijft tot het geografisch gebied of de groep personen en het geografisch gebied die aan de handelsagent waren toevertrouwd;
4° het niet verder reikt dan zes maanden na de beëindiging van de overeenkomst.
§ 2. Het concurrentiebeding heeft geen uitwerking wanneer de handelsagentuurovereenkomst wordt beëindigd door de principaal zonder een in artikel X.17, eerste lid, vermelde reden aan te voeren, of door de handelsagent door een in artikel X.17, eerste lid, vermelde reden aan te voeren.
§ 3. Het concurrentiebeding schept ten gunste van de handelsagent een vermoeden dat hij klanten heeft aangebracht; de principaal kan het tegenbewijs leveren.
§ 4. De forfaitaire vergoeding waarin de handelsagentuurovereenkomst voorziet in geval van schending van het concurrentiebeding, mag niet hoger zijn dan een bedrag gelijk aan één jaar vergoeding berekend zoals bepaald in artikel X.18, vierde lid.
De principaal kan echter, mits hij het bestaan en de omvang van zijn nadeel bewijst, een hogere vergoeding eisen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-02/21, art. 3, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
Bron: Justel
