Artikel VII.49, WER

Art. VII.49. [1 § 1. Wanneer de betalingsdienstaanbieder weigert een betalingsopdracht uit te voeren of een betalingstransactie te initiëren, wordt de betalingsdienstgebruiker in kennis gesteld van deze weigering en, indien mogelijk, van de redenen daarvoor en van de procedure voor de correctie van eventuele feitelijke onjuistheden die tot de weigering hebben geleid, onverminderd de toepassing van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten of andere relevante wetgeving die dit verbiedt.
  De kennisgeving wordt door de betalingsdienstaanbieder zo spoedig mogelijk op de overeengekomen wijze verstrekt of ter beschikking gesteld, en in elk geval binnen de overeenkomstig artikel VII.53 vermelde termijnen.
  In het raamcontract kan de voorwaarde worden gesteld dat de betalingsdienstaanbieder voor die kennisgeving redelijke kosten mag aanrekenen indien de weigering objectief gerechtvaardigd is.
  § 2. Indien alle in het raamcontract van de betaler gestelde voorwaarden vervuld zijn, kan de betalingsdienstaanbieder van de betaler geen toegestane betalingsopdracht weigeren uit te voeren, ongeacht of de betalingsopdracht door een betaler, onder meer door een betalingsinitiatiedienstaanbieder, dan wel door of via een begunstigde is geïnitieerd, onverminderd de toepassing van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten of andere relevante wetgeving die dit verbiedt.
  § 3. Voor de toepassing van de artikelen VII.53, VII.55/3 en VII.55/4 wordt een betalingsopdracht waarvan de uitvoering is geweigerd, geacht niet ontvangen te zijn.]1
  ----------
  (1)<W 2018-07-19/09, art. 10, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>

  
Bron: Justel