Artikel XX.83/40, WER

Art. XX.83/40. [1 De homologatie van het reorganisatieplan maakt het bindend voor alle schuldeisers in de opschorting en kapitaalhouders aan wie de kennisgeving bedoeld in artikel XX.83/26 is gedaan.
   In de mate dat de uitvoering van het reorganisatieplan een beslissing vereist van een algemene vergadering van een rechtspersoon en de algemene vergadering op onredelijke wijze de tenuitvoerlegging van het plan verhindert, kan elke belanghebbende de rechtbank verzoeken aan de rechtspersoon te bevelen de beslissingen te nemen die de tenuitvoerlegging van het plan vereist.
   De overeenkomstig artikel XX.49, XX.68 of XX.83/2 betwiste, maar na de homologatie, gerechtelijk erkende schuldvorderingen in de opschorting, worden betaald op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard die in de besloten procedure behandeld werden. In geen geval kan de uitvoering van het reorganisatieplan geheel of gedeeltelijk opgeschort worden door de met betrekking tot deze betwistingen genomen beslissingen.
   Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief voor alle schuldvorderingen die erin voorkomen.
   Artikel XX.111, 2°, is niet van toepassing op de betalingen verricht door de schuldenaar in het kader van de uitvoering van het plan.
   Onverminderd de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Oud Burgerlijk Wetboek en onverminderd de gevolgen van een bijzonder akkoord bedoeld in artikel XX.74/1 of in artikel XX.83/8, komt het plan de medeschuldenaars en de stellers van persoonlijke zekerheden niet ten goede. Het standpunt van een schuldeiser betreffende het plan, doet geen afbreuk aan de rechten die de schuldeiser kan laten gelden tegen de derde die zekerheid heeft gesteld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2023-06-07/07, art. 177, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
  

  
Bron: Justel