Artikel III.51, WER
Art. III.51.[1 § 1. Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 2, moeten de [2 inschrijvingsplichtige ondernemingen]2 die voornemens zijn een andere activiteit uit te oefenen dan deze waarvoor zij werden ingeschreven, vooraf om een wijziging van hun inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen verzoeken. Deze verplichting geldt op dezelfde wijze voor de [2 inschrijvingsplichtige ondernemingen]2 die voornemens zijn in België een nieuwe vestigingseenheid op te richten. [3 Evenwel zijn de inschrijvingsplichtige ondernemingen niet verplicht een wijziging van hun inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen te vragen, wanneer ze tijdelijk hun activiteiten op een andere manier wensen uit te oefenen tijdens de periode waarin de beperkende maatregelen gelden bedoeld in:
- de artikelen 1 tot en met 3 van het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
- de artikelen 1 en 2 van het ministerieel besluit van 18 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
- artikel 1 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.]3
Wanneer de uitoefening van een nieuwe activiteit voortvloeit uit een overdracht van de bedrijvigheid van een [2 inschrijvingsplichtige onderneming]2, om niet of onder bezwarende titel, onder levenden of ingevolge overlijden, dan moeten deze ondernemingen, in afwijking van paragraaf 1, binnen een termijn van één maand na de overdracht of de aanvaarding van de nalatenschap tot wijziging overgaan.
§ 2. Binnen een termijn van één maand vanaf de verandering in hun toestand moeten de [2 inschrijvingsplichtige ondernemingen]2 verzoeken om een wijziging van hun inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen indien één van de vermeldingen van de inschrijving, door de Koning bepaald overeenkomstig artikel III.53, niet meer overeenstemt met de werkelijke toestand.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
(2)<W 2018-04-15/14, art. 72, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
(3)<W 2020-05-27/03, art. 2, 085; Inwerkingtreding : 13-03-2020>
- de artikelen 1 tot en met 3 van het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
- de artikelen 1 en 2 van het ministerieel besluit van 18 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
- artikel 1 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.]3
Wanneer de uitoefening van een nieuwe activiteit voortvloeit uit een overdracht van de bedrijvigheid van een [2 inschrijvingsplichtige onderneming]2, om niet of onder bezwarende titel, onder levenden of ingevolge overlijden, dan moeten deze ondernemingen, in afwijking van paragraaf 1, binnen een termijn van één maand na de overdracht of de aanvaarding van de nalatenschap tot wijziging overgaan.
§ 2. Binnen een termijn van één maand vanaf de verandering in hun toestand moeten de [2 inschrijvingsplichtige ondernemingen]2 verzoeken om een wijziging van hun inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen indien één van de vermeldingen van de inschrijving, door de Koning bepaald overeenkomstig artikel III.53, niet meer overeenstemt met de werkelijke toestand.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
(2)<W 2018-04-15/14, art. 72, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
(3)<W 2020-05-27/03, art. 2, 085; Inwerkingtreding : 13-03-2020>
Bron: Justel
