Artikel VII.216/126, WER

Art. VII.216/126. [1 Het aval wordt op de cheque of op een verlengstuk gesteld.
   Het kan eveneens bij afzonderlijke akte worden gegeven op voorwaarde dat de plaats waar het is tot stand gekomen, erop vermeld wordt.
   Het wordt uitgedrukt door de woorden "goed voor aval", of door enige andere daarmee gelijkstaande uitdrukking; het wordt door de avalgever ondertekend.
   De enkele handtekening van de avalgever, gesteld op de voorzijde van de cheque, geldt als aval, behalve wanneer de handtekening die is van de trekker.
   In het aval moet worden vermeld voor wie het is gegeven. Bij gebreke hiervan wordt het geacht voor de trekker te zijn gegeven.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 153, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  

  
Bron: Justel