Artikel XV.30/4, WER
Art. XV.30/4. [1 § 1. Met betrekking tot de Europese cyberbeveiligingscertificering die verplicht is op grond van de Europese of nationale wetgeving, na advies van de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalde toezichtsopdrachten in verband met de Cyberbeveiligingsverordening of in verband met de wet van 20 juli 2022 inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie en tot aanwijzing van een nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit, toevertrouwen aan bepaalde ambtenaren van de FOD Economie, op voorwaarde dat die laatste over de voor deze doeleinden vereiste expertise beschikt.
§ 2. De in de eerste paragraaf bedoelde toezichtsopdrachten, met inbegrip van de opsporing, vaststelling, vervolging en bestraffing van inbreuken, worden uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van dit boek.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2022-07-20/11, art. 50, 114; Inwerkingtreding : 05-08-2022>
§ 2. De in de eerste paragraaf bedoelde toezichtsopdrachten, met inbegrip van de opsporing, vaststelling, vervolging en bestraffing van inbreuken, worden uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van dit boek.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2022-07-20/11, art. 50, 114; Inwerkingtreding : 05-08-2022>
Bron: Justel
