Artikel XV.68, WER

Art. XV.68.[1 § 1. [3 Wanneer de FSMA vaststelt dat een bemiddelaar inzake hypothecair krediet naar buitenlands recht als bedoeld in artikel VII. 183, § 2, zich niet schikt naar artikel VII.183, § 5, 1° tot 3°, of wanneer de FOD Economie de FSMA bij gemotiveerde kennisgeving meedeelt, na betrokkene te hebben gehoord, dat een dergelijke kredietbemiddelaar zich niet schikt naar artikel VII.183, § 5, 4°, maant de FSMA deze bemiddelaar aan om de vastgestelde toestand te verhelpen binnen de termijn die zij bepaalt.]3
  [3 Indien de betrokken bemiddelaar hieraan geen gevolg geeft, kan de FSMA alle nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de kredietbemiddelaar een einde maakt aan de onregelmatigheid. De aard van die maatregel wordt meegedeeld aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van deze bemiddelaar.]3
  [3 Indien de in het eerste lid bedoelde toestand niet is verholpen, kan de FSMA na de in het vorige lid bedoelde toezichthouder hiervan in kennis te hebben gesteld, alle passende maatregelen nemen ten aanzien van deze kredietbemiddelaar en hem in het bijzonder verbieden een activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet verder te zetten in België.]3 Deze beslissing wordt met een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de kredietbemiddelaar en hiervan wordt een kopie bezorgd aan de FOD Economie. De Europese Commissie wordt onverwijld in kennis gesteld van de maatregelen die conform dit lid zijn genomen.
  [3 Wanneer een kredietbemiddelaar bedoeld in artikel VII.183, § 2, in België handelingen heeft gesteld die strijdig zijn met de Belgische wettelijke of reglementaire bepalingen van algemeen belang als bedoeld in artikel VII.183, § 3, kan de FSMA, op eigen initiatief voor de bepalingen die tot haar bevoegdheidssfeer behoren of op verzoek van andere bevoegde autoriteiten voor de bepalingen die tot hun bevoegdheidssfeer behoren, toepassing maken van de voorgaande leden. De FSMA stelt de FOD Economie hiervan op de hoogte.]3
  § 2. [3 Als de FSMA, in voorkomend geval op basis van een gemotiveerde kennisgeving van de FOD Economie, duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat een in artikel VII.183, § 2 bedoelde bemiddelaar inzake hypothecair krediet naar buitenlands recht handelt in strijd met artikel VII.183, § 5bis, of de verplichtingen schendt die voortvloeien uit de met toepassing van richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 vastgestelde bepalingen, waarbij aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst geen bevoegdheden worden verleend, stelt de FSMA de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van deze bemiddelaar hiervan in kennis en vraagt haar de passende maatregelen te treffen.
   Als de autoriteit van de lidstaat van herkomst van deze bemiddelaar geen maatregelen neemt binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de ontvangst van de mededeling van de FSMA of als de kredietbemiddelaar, ondanks de maatregelen die zijn genomen door de autoriteit van de lidstaat van herkomst, blijft handelen op een wijze die de belangen van consumenten in België of de goede werking van de markten duidelijk schaadt, kan de FSMA in voorkomend geval na advies van de FOD Economie:
   1° na de autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld, alle passende maatregelen nemen die vereist zijn om de consumenten te beschermen en de goede werking van de markten te vrijwaren, waaronder het verbod voor de betrokken bemiddelaar om op Belgisch grondgebied actief te zijn. De Europese Commissie en de Europese Bankautoriteit worden onverwijld in kennis gesteld van deze maatregelen;
   2° de zaak voorleggen aan de Europese Bankautoriteit en haar om bijstand verzoeken ingevolge artikel 19 van de Verordening (EU) nr. 1093/2010. In dat geval kan de Europese Bankautoriteit optreden overeenkomstig de bevoegdheden die haar zijn verleend door dit artikel.]3]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 12, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
  (2)<W 2015-10-26/06, art. 59, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
  (3)<W 2018-07-30/47, art. 38, 065; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  
Bron: Justel