Artikel XX.93/1, WER

Art. XX.93/1. [1 § 1. De partijen worden bij gerechtsbrief voor de rechtbank opgeroepen om te verschijnen binnen een termijn van acht dagen na de neerlegging in het register van het in artikel XX.93 bedoelde verzoekschrift. De gerechtsbrief vermeldt dat het verzoekschrift is neergelegd in het register, dat de schuldenaar gehoord zal worden tijdens een zitting waar de vereffeningsdeskundige ontlast zal worden van zijn opdracht en waar het faillissement of de gerechtelijke vereffening van de schuldenaar zal kunnen uitgesproken worden.
   De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter, na de schuldenaar en de vereffeningsdeskundige te hebben gehoord. De belanghebbende die een vordering tot overdracht heeft ingesteld wordt eveneens gehoord.
   De rechtbank die vaststelt dat de voorwaarden van het faillissement vervuld zijn, spreekt het faillissement uit van de schuldenaar overeenkomstig artikel XX.100. Hij wijst als rechter-commissaris de gedelegeerd rechter die opgetreden is in het kader van de overdracht aan en benoemt als curator de vereffeningsdeskundige die tijdens de overdracht is opgetreden, tenzij deze niet de hoedanigheid had van curator. In dit laatste geval benoemt de rechtbank een curator die nog niet als vereffeningsdeskundige is opgetreden in de overdracht.
   De rechtbank kan eveneens, hetzij op verzoek van de schuldenaar hetzij als het algemeen belang dit vereist en een gerechtelijke vereffening niet kennelijk strijdt met het belang van de schuldeisers, de gerechtelijke vereffening bevelen van de schuldenaar rechtspersoon en de voor de opdracht aangewezen vereffeningsdeskundige als vereffenaar aanstellen.
   § 2. De vereffeningsdeskundige die niet aangesteld is als curator of vereffenaar, draagt de opbrengst van de overdrachten over aan de curator of de vereffenaar voor verdeling.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2023-06-07/07, art. 191, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
  

  
Bron: Justel