Artikel XIX.8, WER

Art. XIX.8. [1 In geval geen herinnering werd gedaan overeenkomstig artikel XIX.2, kunnen de in artikel XIX.4 bedoelde bedragen slechts van de consument worden gevorderd na een termijn van ten minste veertien kalenderdagen, die ingaat op de derde werkdag na de dag waarop de herinnering aan de consument is verzonden.
   Wanneer de herinnering langs elektronische weg wordt verzonden, vangt de termijn van veertien kalenderdagen aan op de kalenderdag die volgt op de dag waarop de herinnering werd verzonden aan de consument.
   Bij niet-betaling binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, stuurt de schuldinvorderaar de ingebrekestelling bedoeld in artikel XIX.7, § 2.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2023-05-04/02, art. 4, 121; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
  

  
Bron: Justel