Artikel XI.83/1, WER

Art. XI.83/1.[1 § 1. Als het verzoek om eenheidswerking van een Europees octrooi als bedoeld in artikel 9, § 1, g), van Verordening 1257/2012 werd verworpen en de betalingstermijn van de eerste jaartaks verschuldigd na de publicatie van de vermelding van de verlening van het Europese octrooi waarin België wordt aangewezen, berekend volgens artikel XI.48, verstreken is, dan beschikt de houder van het octrooi over een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de weigering van het verzoek om eenheidswerking, desgevallend door het Europees Octrooibureau of door het Eengemaakt octrooigerecht, om via verzoekschrift de heropening van de betalingstermijn te vragen voor de jaartaksen verschuldigd bij toepassing van artikel XI.48 sinds de publicatie van de vermelding van de verlening van het Europese octrooi in het Europese Octrooiblad.
   In het verzoekschrift wordt aangegeven:
   1° dat het verzoek om eenheidswerking bedoeld in het eerste lid werd ingediend binnen de termijn voorzien in regel 6(1) van de uitvoeringsverordening betreffende de Verordening (EU) nr. 1257/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming en betreffende de Verordening (EU) nr. 1260/2012 van de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming met betrekking tot de toepasselijke vertaalregelingen, en niet werd ingetrokken door de Europese octrooihouder;
   2° dat dit verzoek om eenheidswerking werd geweigerd;
   3° dat een heropening van de betalingstermijn van de verschuldigde jaartaks(en) wordt gevraagd.
   De Koning kan de verwijzing naar de in 1° bedoelde verordening wijzigen.
   Ter staving van zijn verzoek tot heropening van de betalingstermijn, deelt de houder van het octrooi aan de Dienst een kopie mee van de beslissing van weigering bedoeld in het tweede lid.
   Indien het verzoek tot heropening van de betalingstermijn niet beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in deze paragraaf, geeft de Dienst de verzoeker daarvan kennis, en stelt hem daarbij in de gelegenheid zijn verzoek te regulariseren [2 binnen twee maanden]2 vanaf de kennisgeving door de Dienst. Bij het verstrijken van die termijn wordt het niet-geregulariseerde verzoek geacht te zijn ingetrokken. De Koning kan de termijn bedoeld in dit lid aanpassen zonder dat deze langer mag zijn dan twee maanden.
   De verzoeker kan zijn verzoek tot heropening van de betalingstermijn intrekken, zolang de Dienst hierover nog geen uitspraak heeft gedaan.
   § 2. Indien de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1 vervuld zijn, kent de Dienst de heropening toe van de betalingstermijn van de jaartaksen die op grond van artikel XI.48 vervallen zouden zijn sinds de publicatie van de vermelding van de verlening van het Europese octrooi in het Europese Octrooiblad, en tot de datum van beslissing van de Dienst, bedoeld in dit lid.
   Wanneer gevolg wordt gegeven aan het verzoek bedoeld in paragraaf 1, geeft de Dienst aan de verzoeker kennis van de heropening van de betalingstermijn van de jaartaksen bedoeld in het voorgaande lid. De verzoeker beschikt over [3 vier maanden]3, te rekenen vanaf de datum van de beslissing van de Dienst, om de verschuldigde jaartaks(en) te betalen.
   § 3. Wanneer gevolg wordt gegeven aan het verzoek tot heropening van de betalingstermijn en de verschuldigde jaartaksen sinds de publicatie van de vermelding van de verlening van het Europese octrooi in het Europese Octrooiblad betaald worden binnen de in paragraaf 2 bepaalde termijn van [3 vier maanden]3, worden de juridische gevolgen van het niet betalen van de eerste in België verschuldigde jaartaks overeenkomstig artikel XI.48, geacht zich niet te hebben voorgedaan.
   De beslissing tot heropening van de betalingstermijnen wordt in het register ingeschreven.
   § 4. Degene die, tussen het moment waarop de rechten vervallen, zoals bepaald in artikel XI.48, § 2, en dat waarop het herstel van deze rechten uitwerking heeft overeenkomstig paragraaf 2, in België te goeder trouw gebruik heeft gemaakt van de uitvinding die het voorwerp uitmaakt van het octrooi of daartoe de nodige maatregelen heeft getroffen, mag deze uitvinding blijven gebruiken tot nut van zijn eigen onderneming. Het recht erkend door deze paragraaf mag slechts overgedragen worden met de onderneming waaraan het verbonden is.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-12-19/07, art. 5, 054; Inwerkingtreding : 01-02-2018>
  (2)<KB 2022-07-30/13, art. 1, 116; Inwerkingtreding : 15-11-2022>
  (3)<W 2023-11-05/07, art. 29, 123; Inwerkingtreding : 21-12-2023>

  
Bron: Justel