Artikel XV.57/1, WER

Art. XV.57/1.[1 Ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van een inbreuk [4 op de bepalingen van boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, met uitzondering van artikel VII.183, § 5, 4°,]4 of van een van de bepalingen bedoeld in [2 artikel 20 van de [3 XV. 57/1]3]2 tegen een kredietgever of een kredietbemiddelaar, een effectieve leider of een verantwoordelijke voor de distributie bij een kredietgever of een kredietbemiddelaar, in de zin van de bepalingen van boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, en iedere informatie omtrent een inbreuk op de bepalingen van dit hoofdstuk tegen iedere andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, moet ter kennis worden gebracht van de FSMA door de gerechtelijke autoriteit waar dit aanhangig is gemaakt.
   Iedere strafrechtelijke vordering op grond van de in het eerste lid bedoelde misdrijven moet door het openbaar ministerie ter kennis worden gebracht van de FSMA.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 10, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
  (2)<W 2015-10-26/06, art. 56, 028; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
  (3)<W 2016-10-25/04, art. 168, 039; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (4)<W 2018-07-30/47, art. 34, 065; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  
Bron: Justel