Artikel XI.114, WER
Art. XI.114. [1 § 1. De bepalingen van artikel XI.113 zijn ook van toepassing :
1° op rassen die in wezen afgeleid zijn van het beschermde ras als het beschermde ras zelf niet een in wezen afgeleid ras is,
2° op rassen die, overeenkomstig artikel XI.106, niet duidelijk te onderscheiden zijn van het beschermde ras,
en
3° op rassen waarvan de voortbrenging het herhaalde gebruik van het beschermde ras vereist.
§ 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, 1°, wordt een ras geacht in wezen van een ander ras, hierna "het oorspronkelijke ras", afgeleid te zijn, als
1° het hoofdzakelijk is afgeleid van het oorspronkelijke ras of van een ras dat zelf hoofdzakelijk is afgeleid van het oorspronkelijke ras,
2° het duidelijk te onderscheiden is van het oorspronkelijke ras, overeenkomstig artikel XI.106,
en
3° afgezien van de afwijkingen die voortvloeien uit de afleiding, het overeenkomt met het oorspronkelijke ras in de expressie van de wezenlijke eigenschappen die het resultaat is van het genotype of van de combinatie van genotypen van het oorspronkelijke ras.
§ 3. In wezen afgeleide rassen kunnen bijvoorbeeld zijn verkregen door middel van de selectie van een natuurlijke of teweeggebrachte mutant of van een somaclonale variant, door de selectie van een individu dat afwijkt van planten van het oorspronkelijke ras, door terugkruisingen of door transformatie door middel van genetische modificatie.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
1° op rassen die in wezen afgeleid zijn van het beschermde ras als het beschermde ras zelf niet een in wezen afgeleid ras is,
2° op rassen die, overeenkomstig artikel XI.106, niet duidelijk te onderscheiden zijn van het beschermde ras,
en
3° op rassen waarvan de voortbrenging het herhaalde gebruik van het beschermde ras vereist.
§ 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, 1°, wordt een ras geacht in wezen van een ander ras, hierna "het oorspronkelijke ras", afgeleid te zijn, als
1° het hoofdzakelijk is afgeleid van het oorspronkelijke ras of van een ras dat zelf hoofdzakelijk is afgeleid van het oorspronkelijke ras,
2° het duidelijk te onderscheiden is van het oorspronkelijke ras, overeenkomstig artikel XI.106,
en
3° afgezien van de afwijkingen die voortvloeien uit de afleiding, het overeenkomt met het oorspronkelijke ras in de expressie van de wezenlijke eigenschappen die het resultaat is van het genotype of van de combinatie van genotypen van het oorspronkelijke ras.
§ 3. In wezen afgeleide rassen kunnen bijvoorbeeld zijn verkregen door middel van de selectie van een natuurlijke of teweeggebrachte mutant of van een somaclonale variant, door de selectie van een individu dat afwijkt van planten van het oorspronkelijke ras, door terugkruisingen of door transformatie door middel van genetische modificatie.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
Bron: Justel
