Artikel VII.216/38, WER
Art. VII.216/38. [1 De vervaldag van een wisselbrief, betaalbaar op een bepaalde dag, in een plaats waar de tijdrekening een andere is dan die van de plaats van uitgifte, wordt geacht te zijn vastgesteld volgens de tijdrekening van de plaats van betaling.
De dag van uitgifte van een wisselbrief, getrokken tussen twee plaatsen met verschillende tijdrekening en betaalbaar een zekere tijd na dagtekening, wordt herleid tot de overeenkomstige dag van de tijdrekening van de plaats van betaling en de vervaldag wordt dienovereenkomstig vastgesteld.
De termijnen van aanbieding der wisselbrieven worden berekend overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid.
Dit artikel is niet van toepassing, indien uit een in de wisselbrief opgenomen clausule of gewoon uit de bewoordingen van de titel een afwijkende bedoeling kan worden afgeleid.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 113, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
De dag van uitgifte van een wisselbrief, getrokken tussen twee plaatsen met verschillende tijdrekening en betaalbaar een zekere tijd na dagtekening, wordt herleid tot de overeenkomstige dag van de tijdrekening van de plaats van betaling en de vervaldag wordt dienovereenkomstig vastgesteld.
De termijnen van aanbieding der wisselbrieven worden berekend overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid.
Dit artikel is niet van toepassing, indien uit een in de wisselbrief opgenomen clausule of gewoon uit de bewoordingen van de titel een afwijkende bedoeling kan worden afgeleid.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 113, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Bron: Justel
