Artikel VII.9, WER
Art. VII.9. [1 § 1. In geval van betaalinstrumenten die overeenkomstig het raamcontract ofwel uitsluitend worden gebruikt voor betalingstransacties van maximaal 30 euro ofwel een uitgavenlimiet van 150 euro hebben of waarop maximaal een bedrag van 150 euro kan worden opgeslagen, is dit hoofdstuk van toepassing in de mate hierna bepaald:
1° in afwijking van de artikelen VII.21, VII.22 en VII.26 verstrekt de betalingsdienstaanbieder de betaler uitsluitend informatie over de voornaamste kenmerken van de betalingsdienst, met inbegrip van de wijze waarop van het betaalinstrument gebruik kan worden gemaakt, de aansprakelijkheid, alle in rekening gebrachte kosten en andere concrete informatie die nodig zijn om een weloverwogen besluit te nemen, en geeft hij tevens aan waar andere in artikel VII.22 bedoelde informatie en voorwaarden op gemakkelijk toegankelijke wijze beschikbaar zijn gesteld;
2° er kan overeengekomen worden dat, in afwijking van artikel VII.24 de betalingsdienstaanbieder niet verplicht is een wijziging in de voorwaarden van het raamcontract voor te stellen op de wijze als bepaald in artikel VII.21, § 1;
3° er kan overeengekomen worden dat, in afwijking van de artikelen VII.27 en VII.28, na uitvoering van een betalingstransactie:
a) de betalingsdienstaanbieder uitsluitend een referentie verstrekt of beschikbaar stelt waarmee de gebruiker van de betalingsdienst de betalingstransactie, het daarmee gemoeide bedrag en de kosten ervan kan identificeren en/of, in het geval van meerdere gelijkaardige betalingstransacties aan dezelfde begunstigde, uitsluitend informatie over het totale bedrag en de kosten van die betalingstransacties;
b) de betalingsdienstaanbieder niet verplicht is de onder a) bedoelde informatie te verstrekken of beschikbaar te stellen als het betaalinstrument anoniem wordt gebruikt of als de verstrekking hiervan bovendien voor de betalingsdienstaanbieder uit technisch oogpunt onmogelijk is. De betalingsdienstaanbieder biedt de betaler echter een mogelijkheid de opgeslagen bedragen te verifiëren.
§ 2. Voor binnenlandse betalingstransacties kan de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in § 1, eerste lid, genoemde bedragen verlagen of verdubbelen, en voor voorafbetaalde betaalinstrumenten verhogen tot 500 euro.]1
----------
(1)<W 2018-07-19/09, art. 10, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>
1° in afwijking van de artikelen VII.21, VII.22 en VII.26 verstrekt de betalingsdienstaanbieder de betaler uitsluitend informatie over de voornaamste kenmerken van de betalingsdienst, met inbegrip van de wijze waarop van het betaalinstrument gebruik kan worden gemaakt, de aansprakelijkheid, alle in rekening gebrachte kosten en andere concrete informatie die nodig zijn om een weloverwogen besluit te nemen, en geeft hij tevens aan waar andere in artikel VII.22 bedoelde informatie en voorwaarden op gemakkelijk toegankelijke wijze beschikbaar zijn gesteld;
2° er kan overeengekomen worden dat, in afwijking van artikel VII.24 de betalingsdienstaanbieder niet verplicht is een wijziging in de voorwaarden van het raamcontract voor te stellen op de wijze als bepaald in artikel VII.21, § 1;
3° er kan overeengekomen worden dat, in afwijking van de artikelen VII.27 en VII.28, na uitvoering van een betalingstransactie:
a) de betalingsdienstaanbieder uitsluitend een referentie verstrekt of beschikbaar stelt waarmee de gebruiker van de betalingsdienst de betalingstransactie, het daarmee gemoeide bedrag en de kosten ervan kan identificeren en/of, in het geval van meerdere gelijkaardige betalingstransacties aan dezelfde begunstigde, uitsluitend informatie over het totale bedrag en de kosten van die betalingstransacties;
b) de betalingsdienstaanbieder niet verplicht is de onder a) bedoelde informatie te verstrekken of beschikbaar te stellen als het betaalinstrument anoniem wordt gebruikt of als de verstrekking hiervan bovendien voor de betalingsdienstaanbieder uit technisch oogpunt onmogelijk is. De betalingsdienstaanbieder biedt de betaler echter een mogelijkheid de opgeslagen bedragen te verifiëren.
§ 2. Voor binnenlandse betalingstransacties kan de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in § 1, eerste lid, genoemde bedragen verlagen of verdubbelen, en voor voorafbetaalde betaalinstrumenten verhogen tot 500 euro.]1
----------
(1)<W 2018-07-19/09, art. 10, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>
Bron: Justel
