Artikel IV.54/1, WER
Art. IV.54/1. [1 Een onderneming of ondernemingsvereniging die een verzoek tot volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten wil indienen, kan in een eerste fase, schriftelijk of mondeling, een marker vragen aan de auditeur-generaal.
Om een marker te kunnen krijgen, deelt de clementieverzoeker de auditeur-generaal zijn naam en zijn adres mee, evenals, indien beschikbaar, informatie met betrekking tot:
1° de redenen voor de aanvraag om een marker;
2° de namen van alle partijen die deelnemen of deelgenomen hebben aan het geheim kartel;
3° de betrokken product(en) en grondgebied(en);
4° de duur en de aard van het geheim kartel;
5° informatie over alle eerdere of mogelijke toekomstige clementieverzoeken bij een andere mededingingsautoriteit van het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten of van een derde land met betrekking tot het geheim kartel.
De auditeur-generaal of, in diens afwezigheid, een door de auditeur-generaal aangeduid personeelslid van het auditoraat, beslist een marker al dan niet toe te kennen rekening houdend met de ernst en geloofwaardigheid van de door de clementieverzoeker aangegeven redenen. Deze beslissing wordt schriftelijk meegedeeld, indien de clementieverzoeker dit wenst.
De beslissing tot toekennen van een marker bepaalt de termijn waarbinnen de clementieverzoeker de informatie dient mee te delen die nodig is opdat zijn clementieverzoek in overweging kan worden genomen. Verschaft de clementieverzoeker de informatie binnen de gestelde termijn, dan wordt zijn verzoek beschouwd als een clementieverzoek in de zin van artikel IV.54 en wordt de verschafte informatie en het geleverde bewijsmateriaal geacht te zijn verstrekt op de datum waarop de marker werd toegekend. Indien de clementieverzoeker de vereiste informatie niet verstrekt binnen de vastgestelde termijn, verliest hij zijn voorbehouden rang en dient hij een clementieverzoek in te dienen om nog voor enige vrijstelling van geldboeten in aanmerking te komen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2022-02-28/02, art. 37, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
Om een marker te kunnen krijgen, deelt de clementieverzoeker de auditeur-generaal zijn naam en zijn adres mee, evenals, indien beschikbaar, informatie met betrekking tot:
1° de redenen voor de aanvraag om een marker;
2° de namen van alle partijen die deelnemen of deelgenomen hebben aan het geheim kartel;
3° de betrokken product(en) en grondgebied(en);
4° de duur en de aard van het geheim kartel;
5° informatie over alle eerdere of mogelijke toekomstige clementieverzoeken bij een andere mededingingsautoriteit van het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten of van een derde land met betrekking tot het geheim kartel.
De auditeur-generaal of, in diens afwezigheid, een door de auditeur-generaal aangeduid personeelslid van het auditoraat, beslist een marker al dan niet toe te kennen rekening houdend met de ernst en geloofwaardigheid van de door de clementieverzoeker aangegeven redenen. Deze beslissing wordt schriftelijk meegedeeld, indien de clementieverzoeker dit wenst.
De beslissing tot toekennen van een marker bepaalt de termijn waarbinnen de clementieverzoeker de informatie dient mee te delen die nodig is opdat zijn clementieverzoek in overweging kan worden genomen. Verschaft de clementieverzoeker de informatie binnen de gestelde termijn, dan wordt zijn verzoek beschouwd als een clementieverzoek in de zin van artikel IV.54 en wordt de verschafte informatie en het geleverde bewijsmateriaal geacht te zijn verstrekt op de datum waarop de marker werd toegekend. Indien de clementieverzoeker de vereiste informatie niet verstrekt binnen de vastgestelde termijn, verliest hij zijn voorbehouden rang en dient hij een clementieverzoek in te dienen om nog voor enige vrijstelling van geldboeten in aanmerking te komen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2022-02-28/02, art. 37, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
Bron: Justel
