Artikel VII.216/101, WER

Art. VII.216/101. [1 De cheque behelst :
   1° De benaming "cheque", opgenomen in de tekst zelf en uitgedrukt in de taal waarin de titel is gesteld;
   2° De onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som;
   3° De naam van degene die betalen moet (betrokkene);
   4° De aanwijzing van de plaats waar de betaling moet geschieden;
   5° De vermelding van de dagtekening, alsmede van de plaats waar de cheque is getrokken;
   6° De handtekening van degene die de cheque uitgeeft (trekker). De handtekening, waarvan sprake, kan vervangen worden door een notariële akte in brevet, die op de cheque gesteld wordt en waaruit de wil blijkt van degene die zou hebben moeten ondertekenen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 149, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  

  
Bron: Justel