Artikel XI.258, WER

Art. XI.258.[1 Onverminderd artikel XI.234, § 2, kan enkel de algemene vergadering van de beheersvennootschap met een meerderheid van twee derden van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde vennoten, tenzij de statuten in strengere bepalingen voorzien, beslissen dat ten hoogste tien procent van de geïnde rechten door de beheersvennootschap kan worden bestemd voor sociale, culturele of educatieve doeleinden. De algemene vergadering kan daarbij een algemeen kader of algemene richtlijnen vastleggen betreffende de aanwending van die sommen.
   Het beheer van de rechten bestemd voor sociale, culturele of educatieve doeleinden wordt uitgevoerd door de beheersvennootschap zelf op grond van billijke criteria, in het bijzonder wat betreft de toegang tot en de omvang van die diensten.
   De beheersvennootschappen zorgen ervoor dat de beheerkosten in de loop van een bepaald boekjaar redelijk zijn en in verhouding met de sociale, culturele of educatieve overeenstemmende doeleinden.
   De beheersvennootschappen die overeenkomstig het eerste lid een deel van hun geïnde rechten bestemmen voor sociale, culturele of educatieve doeleinden, scheiden de rekeningen zodat blijkt welke middelen voor die doelstellingen bestemd worden, alsmede hun daadwerkelijke aanwending.
   De toekenning en het gebruik van rechten door de beheersvennootschap ten behoeve van sociale, culturele en educatieve doeleinden maakt elk jaar het voorwerp uit van een verslag van de raad van bestuur, waarin de toekenning en het gebruik van die rechten aangegeven worden. Dit verslag wordt voorgelegd aan de algemene vergadering en wordt ter informatie overgemaakt aan de Controledienst.]1
  ----------
  (1)<W 2017-06-08/13, art. 56, 049; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  
Bron: Justel