Artikel XX.29/1, WER
Art. XX.29/1. [1 § 1. Als er volgens zijn oordeel sprake is van dreigende insolventie kan de schuldenaar aan de kamer van ondernemingen in moeilijkheden vragen dat schuldeisers waarvan hij de identiteit, woonplaats, in voorkomend geval, ondernemingsnummer, maatschappelijke benaming, zetel en indien voorhanden, de hoedanigheid van de schuldvordering, kent, opgeroepen worden, om een schikking met die schuldeisers af te sluiten en te laten vaststellen door de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden.
Het verzoek kan bij brief of mondeling worden gedaan wanneer de schuldenaar voor de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden of diens verslaggever verschijnt.
De kamer voor ondernemingen in moeilijkheden roept de genoemde schuldeisers op met een gewone brief of elektronische oproeping en hoort met gesloten deuren de schuldenaar en betrokken schuldeisers. De kamer hoort de betrokkenen afzonderlijk of gezamenlijk.
Na het horen van deze personen kan de kamer het onderzoek bedoeld in artikel XX.25, § 1, voortzetten of handelen zoals bepaald in artikel XX.25, § 2.
§ 2. De inning van fiscale schulden of sociaalrechtelijke heffingen kan geheel of gedeeltelijk met instemming van de openbare instelling worden opgeschort in gelijkaardige omstandigheden als degene waarin een private onderneming in dezelfde situatie ook zou kunnen overgaan.
§ 3. Indien een schikking tot stand komt, wordt de inhoud ervan opgetekend in een proces-verbaal waarvan de uitgifte wordt voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2023-06-07/07, art. 35, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
Het verzoek kan bij brief of mondeling worden gedaan wanneer de schuldenaar voor de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden of diens verslaggever verschijnt.
De kamer voor ondernemingen in moeilijkheden roept de genoemde schuldeisers op met een gewone brief of elektronische oproeping en hoort met gesloten deuren de schuldenaar en betrokken schuldeisers. De kamer hoort de betrokkenen afzonderlijk of gezamenlijk.
Na het horen van deze personen kan de kamer het onderzoek bedoeld in artikel XX.25, § 1, voortzetten of handelen zoals bepaald in artikel XX.25, § 2.
§ 2. De inning van fiscale schulden of sociaalrechtelijke heffingen kan geheel of gedeeltelijk met instemming van de openbare instelling worden opgeschort in gelijkaardige omstandigheden als degene waarin een private onderneming in dezelfde situatie ook zou kunnen overgaan.
§ 3. Indien een schikking tot stand komt, wordt de inhoud ervan opgetekend in een proces-verbaal waarvan de uitgifte wordt voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2023-06-07/07, art. 35, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
Bron: Justel
