Artikel XI.279, WER
Art. XI.279.[1 § 1. De Controledienst oefent toezicht uit op de toepassing door de beheersvennootschappen:
1° van deze titel en van de uitvoeringsbesluiten ervan; en,
2° van hun statuten en hun regels van tarifering, inning en verdeling.
§ 2. De Controledienst ziet toe op de toepassing door de collectieve beheerorganisaties bedoeld in artikel XI, 246, § 1, tweede lid met betrekking tot hun activiteiten op het Belgisch grondgebied:
1° van de bepalingen opgesomd in artikel XI.246, § 1, tweede lid, en van de uitvoeringsbesluiten ervan;
2° van hun statuten en hun regels inzake tarifering, inning en verdeling; en
3° van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de collectieve beheerorganisaties bedoeld in artikel XI.246, § 1, tweede lid, de rechten in België beheren.
De Controledienst ziet toe op de toepassing door de collectieve beheerorganisaties die geen bijkantoor in België hebben, met betrekking tot hun activiteiten op het Belgisch grondgebied:
1° van hun regels inzake tarifering, inning en verdeling; en
2° van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de collectieve beheerorganisaties bedoeld in dit lid, de rechten in België beheren.
§ 3. De Controledienst ziet toe op de toepassing door de in België gevestigde onafhankelijke beheerentiteiten:
1° van de in artikel XI.246, § 1, derde lid, opgesomde bepalingen en van de uitvoeringsbesluiten ervan, en
2° van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de in België gevestigde onafhankelijke beheerentiteiten de rechten beheren.
De Controledienst ziet toe op de toepassing door de in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde onafhankelijke beheerentiteiten die een bijkantoor in België hebben, met betrekking tot hun activiteiten op het Belgisch grondgebied:
1° van de bepalingen opgesomd in artikel XI.246, § 1, vierde lid, en van de uitvoeringsbesluiten ervan; en
2° van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de in het eerste lid bedoelde beheerentiteiten de rechten in België beheren.
De Controledienst ziet toe op de toepassing door de in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde onafhankelijke beheerentiteiten die geen bijkantoor in België hebben, met betrekking tot hun activiteiten op het Belgisch grondgebied van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de in het eerste lid bedoelde beheerentiteiten de rechten in België beheren.
§ 4. De vennoten van een beheersvennootschap, leden van een collectieve beheerorganisatie, rechthebbenden, gebruikers, beheersvennootschappen, collectieve beheerorganisaties en andere belanghebbende partijen kunnen de Controledienst in kennis stellen van activiteiten of omstandigheden die, volgens hen, een inbreuk op de bepalingen bedoeld in de paragrafen 1 en 3 vormen.
§ 5. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zijn de ambtenaren van de Controledienst, hiertoe aangewezen door de minister, eveneens bevoegd voor het opsporen en vaststellen van de inbreuken bedoeld in artikel XV.112.]1
----------
(1)<W 2017-06-08/13, art. 105, 049; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
1° van deze titel en van de uitvoeringsbesluiten ervan; en,
2° van hun statuten en hun regels van tarifering, inning en verdeling.
§ 2. De Controledienst ziet toe op de toepassing door de collectieve beheerorganisaties bedoeld in artikel XI, 246, § 1, tweede lid met betrekking tot hun activiteiten op het Belgisch grondgebied:
1° van de bepalingen opgesomd in artikel XI.246, § 1, tweede lid, en van de uitvoeringsbesluiten ervan;
2° van hun statuten en hun regels inzake tarifering, inning en verdeling; en
3° van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de collectieve beheerorganisaties bedoeld in artikel XI.246, § 1, tweede lid, de rechten in België beheren.
De Controledienst ziet toe op de toepassing door de collectieve beheerorganisaties die geen bijkantoor in België hebben, met betrekking tot hun activiteiten op het Belgisch grondgebied:
1° van hun regels inzake tarifering, inning en verdeling; en
2° van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de collectieve beheerorganisaties bedoeld in dit lid, de rechten in België beheren.
§ 3. De Controledienst ziet toe op de toepassing door de in België gevestigde onafhankelijke beheerentiteiten:
1° van de in artikel XI.246, § 1, derde lid, opgesomde bepalingen en van de uitvoeringsbesluiten ervan, en
2° van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de in België gevestigde onafhankelijke beheerentiteiten de rechten beheren.
De Controledienst ziet toe op de toepassing door de in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde onafhankelijke beheerentiteiten die een bijkantoor in België hebben, met betrekking tot hun activiteiten op het Belgisch grondgebied:
1° van de bepalingen opgesomd in artikel XI.246, § 1, vierde lid, en van de uitvoeringsbesluiten ervan; en
2° van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de in het eerste lid bedoelde beheerentiteiten de rechten in België beheren.
De Controledienst ziet toe op de toepassing door de in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde onafhankelijke beheerentiteiten die geen bijkantoor in België hebben, met betrekking tot hun activiteiten op het Belgisch grondgebied van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de in het eerste lid bedoelde beheerentiteiten de rechten in België beheren.
§ 4. De vennoten van een beheersvennootschap, leden van een collectieve beheerorganisatie, rechthebbenden, gebruikers, beheersvennootschappen, collectieve beheerorganisaties en andere belanghebbende partijen kunnen de Controledienst in kennis stellen van activiteiten of omstandigheden die, volgens hen, een inbreuk op de bepalingen bedoeld in de paragrafen 1 en 3 vormen.
§ 5. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zijn de ambtenaren van de Controledienst, hiertoe aangewezen door de minister, eveneens bevoegd voor het opsporen en vaststellen van de inbreuken bedoeld in artikel XV.112.]1
----------
(1)<W 2017-06-08/13, art. 105, 049; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
Bron: Justel
