Artikel XIII.6, WER
Art. XIII.6. [1 Bijzondere raadgevende commissies kunnen in de schoot van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven worden opgericht voor bepaalde bedrijfstakken, hetzij door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, hetzij door de Koning.
De opdracht van die commissies bestaat in het uitbrengen aan de Wetgevende Kamers, aan de Ministerraad, aan één of meerdere ministers, of aan enig ander federale overheidsinstantie en aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, hetzij uit eigen beweging, hetzij op aanvraag van deze overheidsorganen of de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, en in de vorm van schriftelijke verslagen van alle adviezen of voorstellen omtrent de vraagstukken die betrekking hebben op het domein waarvoor ze bevoegd zijn. Deze adviezen en voorstellen worden bij consensus aangenomen. Bij gebrek aan consensus herneemt het advies de verschillende standpunten die door zijn leden werden geuit.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-15/44, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 30-04-2014>
De opdracht van die commissies bestaat in het uitbrengen aan de Wetgevende Kamers, aan de Ministerraad, aan één of meerdere ministers, of aan enig ander federale overheidsinstantie en aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, hetzij uit eigen beweging, hetzij op aanvraag van deze overheidsorganen of de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, en in de vorm van schriftelijke verslagen van alle adviezen of voorstellen omtrent de vraagstukken die betrekking hebben op het domein waarvoor ze bevoegd zijn. Deze adviezen en voorstellen worden bij consensus aangenomen. Bij gebrek aan consensus herneemt het advies de verschillende standpunten die door zijn leden werden geuit.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-15/44, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 30-04-2014>
Bron: Justel
